Dagelijks geopend behalve op maandag, van 12.00 tot 18.00 uur
De tentoonstellingen zijn gesloten op 5 april, 1 mei en 24 mei

Entree: € 6,- / Met korting: € 4,-

Rondleidingen
Bezoek ook de tentoonstelling Rafaël, Titiaan, Michelangelo. Italiaanse tekeningen uit het Städel Museum in Frankfurt met een gids op één van de volgende data:
zaterdag 25 april om 12 uur – dinsdag 12 mei om 12 uur – zaterdag 30 mei om 12 uur – donderdag 4 juni om 12 uur – zaterdag 13 juni om 12 uur

 
Rondleidingen zijn in het Frans en duren ca. anderhalf uur
 
Tarief : toegangsprijs tentoonstelling
 
Reservering is verplicht: visites@fondationcustodia.fr
Rafaël, Titiaan, Michelangelo
Italiaanse tekeningen uit het Städel Museum in Frankfurt (1430-1600)

van 21 maart t/m 21 juni 2015

Jacopo da Pontormo, Studie van twee naakte mannen die in een spiegel kijken, omstreeks 1520
Zwart krijt (?) en wit krijt op blauw papier, 422 x 272 mm
© Städel Museum, Frankfurt am Main
De Fondation Custodia toont een selectie tekeningen van Italiaanse kunstenaars uit de renaissance afkomstig uit de unieke verzameling van het Städel Museum in Frankfurt. Dit voorjaar krijgt het publiek drie maanden lang ongeveer 90 meesterwerken uit de 15de en 16de eeuw te zien van onder anderen Rafaël, Titiaan, Michelangelo, Correggio en Parmigianino, tentoongesteld in de zalen van Hôtel Lévis-Mirepoix, 121 rue de Lille in Parijs.

Het beste van de tekenkunst aan het Franse publiek presenteren, dat is één van de opdrachten van de Fondation Custodia. En de weinig bekende verzameling tekeningen in het bezit van het Städel Museum is één van de schatten die ze wil laten zien, vooral omdat deze schitterende collectie veel verrassingen te bieden heeft. De Italiaanse tekeningen werden onlangs nader onderzocht en kregen nieuwe interpretaties en nieuwe toeschrijvingen, dankzij onderzoek van de eminente kenner Joachim Jacoby, die de uitvoerige catalogus schreef.

De collectie in Frankfurt is ontstaan uit de schenking van Johann Friedrich Städel, bankier en groot kunstverzamelaar. Zijn testament, opgesteld in 1815, vormde de basis voor de oprichting van de oudste museumstichting van Duitsland, het Städel Museum. De collectie Italiaanse tekeningen uit de renaissance werd in het midden van de 19de eeuw aangevuld dankzij aankopen van de kunsthistoricus John David Passavant. De afgelopen maanden was de expositie met groot succes in het Städel zelf te zien.

De tentoonstelling bevat een groot aantal tekeningen die karakteristiek zijn voor de periode van 1430 tot 1600; sommige werden zelden of nooit aan het publiek getoond. Vooral de bladen uit de 15de eeuw trekken de aandacht, zoals de vier elegante gotische figuren ten voeten uit van een meester uit de kring van Pisanello (omstreeks 1430), een natuurgetrouwe, met metaalstift gemaakte studie voor een Kruisiging (omstreeks 1450), de Venetiaanse tekening van een Omhoog kijkende mannenkop (omstreeks 1500) en een uitzonderlijke schets voor een Bewening door Marco Zoppo (omstreeks 1470), voorganger van Mantegna.

Van 1500 tot 1525 neemt de Italiaanse kunst een nieuwe wending. Deze periode wordt beheerst door markante kunstenaars als Fra Bartolommeo en Michelangelo in Florence, Rafaël in Rome, Correggio en Parmigianino in Parma en Titiaan in Venetië, allen aanwezig in de tentoonstelling in de Fondation Custodia. Deze generatie kunstenaars, werkzaam in de eerste jaren van het Cinquecento, hebben vernieuwingen doorgevoerd in teken- en schilderkunst die grote invloed hebben gehad. Naast de Groteske koppen van Michelangelo (omstreeks 1525), zullen drie tekeningen van Rafaël te zien zijn, waaronder de Studie van een ruiter die heeft gediend voor de uitvoering van een fresco in 1511/12 in de Stanze van Heliodorus in het Vaticaan, De zittende profeet van Correggio (rond 1523) en de unieke studie van Titiaan ter voorbereiding van een retabel voor de kerk van Santi Nazaro e Celso in Brescia (omstreeks 1519/20).

De tentoonstelling toont ook werken uit de tweede helft van de 16de eeuw uit Midden- en Noord-Italië, van Genua tot Venetië een uitgestrekt geografische gebied.

De tekeningen uit Midden-Italië, uit steden als Florence en Rome, getuigen van het sterke mecenaat van locale machthebbers en illustreren de verfijning van het hofleven. Voorbeelden zijn de bladen van Pontormo, Vasari, Zuccari, Bernardino Poccetti en Primaticcio, evenals de studie van Bronzino voor een plafond in het Palazzo Vecchio in Florence (omstreeks 1539/40).

Ook de selectie die aan Noord-Italië is gewijd zal de bezoeker weten te bekoren met indrukwekkende tekeningen als Venus die de dode Adonis beweent (rond 1560) van de Genuees Luca Cambiaso, de Aanbidding van de wijzen (rond 1527/30) en het Portret van een man in rood krijt van de zeer invloedrijke Parmigianino, en ook de monumentale Studie naar de kop van Giuliano de Medici door Michelangelo (rond 1545/60?) van de hand van Tintoretto, ongetwijfeld naar een afgietsel van de beroemde sculptuur uit de Medici-kapel in Florence.

Er zijn ook voorschetsen te zien voor fresco's en schilderijen, motiefstudies, landschappen, evenals portretten, compositieontwerpen en tekeningen die als autonoom kunstwerk bedoeld zijn, zoals de Liggende Narcissus in zwart krijt van Giuseppe Cesari, ook wel Cavaliere d’Arpino genoemd (rond 1595/1600).

De diversiteit en kwaliteit van de werken in de tentoonstelling Rafaël, Titiaan, Michelangelo. Italiaanse tekeningen uit het Städel Museum in Frankfurt (1430-1600), zijn een kans om inzicht te krijgen in de betekenis en de technieken van de tekenkunst uit de renaissance, de periode waarin deze kunstvorm tot ongekende ontplooiing kwam.


Catalogus
Joachim Jacoby, Raffael bis Tizian. Italienische Zeichnungen aus dem Städel Museum
Städel Museum, Frankfurt am Main, Michael Imhof Verlag, Petersberg, 2014
303 pp, 23 x 28 cm, ca. 200 pl., paperback met flappen
ISBN 978-3-941399-38-9
Prijs: € 34,90 (BESTEL HIER)

Deze tentoonstelling is een manifestatie van het Städel Museum, Frankfurt am Main.
De presentatie in Parijs kwam tot stand met genereuze steun van de Wolfgang Ratjen Stiftung.



Inktcircus
Werken op papier van Gèr Boosten

van 21 maart t/m 21 juni 2015

Gèr Boosten, Tango, 06/01/2014
Chinese inkt, 50 x 65 cm
Tegelijk met de Städel-tentoonstelling opent op 21 maart in het sous-sol van het Hôtel Lévis-Mirepoix een presentatie van werk op papier van de schilder, tekenaar en graficus Gèr Boosten (1947). Geboren en opgegroeid in Maastricht vestigde hij zich in 1996 met zijn gezin in Frankrijk. Sinds tien jaar woont en werkt hij in een verbouwde hangar in het dorpje Poilly lez Gien, 140 kilometer ten zuiden van Parijs. Boosten is een uit Nederland afkomstige kunstenaar met, zoals hij dat zelf noemt, een Frans esprit. Een tentoonstelling van zijn tekeningen in het Parijse huis van een Nederlandse tekeningencollectie lijkt dan ook logisch.

De Fondation Custodia wil met presentaties als deze de aandacht vestigen op hedendaagse tekenaars die hun klassieken kennen. Geen nostalgici, maar wel kunstenaars met kennis van de geschiedenis van de tekenkunst. Tekenaars die niet met de traditie willen breken, maar haar willen voortzetten; voor wie het werk van tekenaars uit de renaissance, de Gouden Eeuw en het modernisme vandaag de dag nog een inspiratiebron is. Eerder werden aan de Rue de Lille onder meer de Metamorfosen-tekeningen van Peter Vos getoond, en afgelopen winter het werk op papier van schilder en beeldhouwer Arie Schippers.

Boosten zet dus hoog in. En niet alleen formeel, met dat spanningsveld tussen zwart en wit, maar ook wat de onderwerpen van zijn tekeningen betreft. Als kleuter in het atelier van zijn vader tekende hij al wat hij zich voorstelde bij berichten over de Watersnoodramp in Zeeland en de oorlog in Korea. Omstreeks 1970 verbleef hij als uitwisselingsstudent in Joegoslavië, waar hij optrok met zigeuners, alcoholisten en prostituees. ‘Achteraf is dat verblijf in Belgrado de basis geweest van heel mijn verdere leven. Het was een keiharde wereld, en dat heb ik in mijn werk vastgelegd: de smeerboel, de modder, de armoede, de scherpte. Dat lag daar voor het oprapen en dat vond ik fantastisch. Leven en dood lagen er zeer dicht bij elkaar.’ Bij terugkeer in Nederland studeerde Boosten af met tekeningen en schilderijen van volkse menigten, opeengepakt in bussen en trams of rokend en drinkend aan grote dissen. Hij tekende geduw en getrek, opstandjes en moordpartijen. De setting is vaak toneelachtig: de figuren staan en liggen op de planken vloer van een barak of op een plat stuk land dat in perspectief naar een hoge horizon loopt. Bedden, tafels en kachels lijken decorstukken, gordijnen en waslijnen lijken coulissen. Na zijn examen aan de Maastrichtse Jan van Eyckacademie volgde Boosten aan diezelfde academie nog een opleiding tot scenograaf. Zijn docent, de schilder, graficus en decorontwerper Nicolaas Wijnberg (1918-2006), werd al gauw een goede vriend. In de jaren zeventig ontwierp Boosten decors voor het Groot Limburgs Toneel en de Amsterdamse toneelgroep Globe. Zijn scenografieën voor Hugo Claus’ toneelstukken Suiker en Een bruid in de morgen zijn sterk verwant aan zijn ‘Joegoslavische’ etsen en tekeningen.

Ger Luijten van de Fondation Custodia leerde het werk van Gèr Boosten een jaar of tien geleden kennen, toen hij nog hoofd van het Rijksprentenkabinet in het Rijksmuseum in Amsterdam was. De eerste etsen en tekeningen van Boosten kwamen daar binnen met de nalatenschap van Nicolaas Wijnberg. Later werd de groep werken in overleg met Boosten uitgebreid. Vorig jaar schonk Boosten een serie etsen aan de Fondation Custodia. Op de tentoonstelling bij de Fondation is onder meer een keuze uit die etsen en andere vroege grafiek te zien, een selectie uit Boostens schetsboeken en een reeks recente inkttekeningen op groot formaat. In die nieuwe tekeningen worden mannen en vrouwen getroffen door rondvliegende stoelen en schoenen of door stenen uit de ruimte. Ze worden aangevallen door honden en wolven of door elkaar. Er vallen doden en gewonden. Boostens werk is onverminderd theatraal en gaat nog steeds over la condition humaine.

‘Het is heel existentieel’, zegt hij zelf. ‘Het heeft met de toneelstukken van Beckett en Ionesco te maken en met de films van Pasolini. Mijn werk is geen aanklacht, absoluut niet. Ik maak dergelijke etsen niet om te zeggen: kijk toch eens wat een smeerlapperij. Nee, het is een soort sereniteit, van: zie de mens. Ecce homo. We kunnen allemaal in de goot terechtkomen. Je hoeft maar een scheiding mee te maken. Dan kan het al gebeuren dat je je huis kwijtraakt en eerst in je auto slaapt en daarna gewoon in de goot. Heel goed mogelijk. Ik kan me verplaatsen in mensen die een misdaad begaan of zogenaamd waanzinnig zijn. Ik denk niet dat ik iets aan de misstanden in de wereld kan veranderen, daar zijn mijn armpjes te kort voor, maar ik ben kunstenaar en ik doe er iets mee. Net als Pasolini of Lars van Trier, en net als Rembrandt, Grünewald en De Gheyn.’

Gijsbert van der Wal


Catalogus
Gijsbert van der Wal, Cirque d’encres. L’œuvre sur papier de Gèr Boosten / Inktcircus. Werken op papier van Gèr Boosten
Fondation Custodia, Paris – De Weideblik, Varik, 2015
Tweetalige editie (Nederlands en Frans); 152 pp, 27 x 27 cm, ca. 128 pl., gebonden
ISBN 978-90-77767-55-9
Prijs: € 25,00 (BESTEL HIER)

Het Bonnefantenmuseum in Maastricht en DSM in Heerlen tonen van 3 april tot en met 7 juni Boostens recente schilderijen.
Gèr Boosten - Entre chien et loup
www.bonnefanten.nl


Geweest:
Tussen Goltzius en Van Gogh. Tekeningen & schilderijen uit de Stichting P. en N. de Boer
van 13 december 2014 t/m 8 maart 2015

Vincent van Gogh, Korenveld, juni 1888.
Olieverf op doek, 50 x 61 cm
© Stichting P. en N. de Boer, Amsterdam
Piet de Boer (1894-1974) studeerde aanvankelijk biologie, maar brak die studie af omdat kunstgeschiedenis hem meer aansprak. In 1922 begon hij een kunsthandel, sinds 1927 gevestigd aan de Herengracht in Amsterdam, waar Kunsthandel P. de Boer, inmiddels gerund door zijn neef Peter en diens zoon Niels de Boer, tot op de dag van vandaag huist. Vanaf het begin waren er nevenvestigingen in diverse Duitse steden, wat de ondernemingszin tekent van de firma, waarin ook Piets jongere broer Dolf deelnam. In 1928 werd een verkooptentoonstelling georganiseerd over de Bruegelfamilie en hun invloed op de kunst in de Nederlanden en er zouden nog meer van dergelijke baanbrekende presentaties volgen, onder andere over Joos de Momper en het bloemstilleven, steeds vergezeld van catalogi geschreven door Piet de Boer, die een indrukwekkende bibliotheek aanlegde en een uitvoerige kunstenaarsdocumentatie opbouwde. Die tentoonstellingen waren kunsthistorisch relevant en hebben bijgedragen tot een verruiming van de smaak voor kunst uit de zestiende en zeventiende eeuw onder verzamelaars en in musea. Ook tekeningen maakten onderdeel uit van de handel. Al in de jaren dertig werd daarnaast vanuit een engagement met de moderne kunst werk van eigentijdse meesters verkocht middels tentoonstellingen van onder anderen Pyke Koch, Carel Willink en Hildo Krop.

Na de Tweede Wereldoorlog bleef de firma floreren en groeide ze uit tot een bedrijf van belang. Omstreeks 1960, na het overlijden van zijn vrouw Nellie, trok Piet zich uit de zaak terug en legde zich toe op de nadere bestudering en uitbreiding van zijn privécollectie schilderijen en tekeningen die zich uitstrekt van de late Middeleeuwen tot een ensemble met werk van Vincent van Gogh. In 1964 besloot hij die onder te brengen in de Stichting P. en N. de Boer. De Fondation Custodia heeft ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van deze slechts in kleine kring bekende stichting het initiatief genomen een ruime keus uit de collectie te laten zien in Parijs, waarbij de smaak van marchand-collectionneur Piet de Boer – tijdgenoot van Frits Lugt (1884-1970) – en diens speciale kwaliteitsgevoel goed naar voren komen. Het is een keuze uit de oogst van ruim veertig jaar intensief verkeren op de kunstmarkt.

Er zullen twintig schilderijen te zien zijn waaronder een aantal van maniëristische kunstenaars als Hendrick Goltzius (Portret van Jan Govertsz van der Aar als verzamelaar van schelpen en Vanitasstilleven, Cornelis Cornelisz. Van Haarlem (Neptunus en Amphitrite), Cornelis Ketel (een portret geschilderd ‘met den vingheren sonder Pinceel’) en Joachim Wtewael (Mars, Venus en Amor). Verder een reeks kwaliteitsvolle vroege stillevens van Balthasar van der Ast, Ambrosius Bosschaert en Gottfried von Wedig en Frans Snijders, atmosferische landschappen van Joos de Momper, Roelandt Savery en Hendrick Avercamp en Arent Arentsz Cabel, een pasteus geschilderde Buitenpartij op naam van Esaias van de Velde en een aandoenlijke close-up van een Roos, muis en insecten, toegeschreven aan Jan Bruegel de Oude.

Onder de 95 tekeningen is er een wervelende op rood geprepareerd papier uitgevoerde Aanbidding der Wijzen door de Meester van de Liechtensteinse Aanbidding, Hendrick Goltzius’ innige Het Gevoel en vijf superieure tekeningen van Jacques de Gheyn, waaronder de respectievelijk om de wereld huilende en lachende Heraclitus en Democritus, perfect bewaard gebleven, en de weergave van een bloederige op tafel uitgestalde Gevilde kop van een kalf uit 1599. Minder confronterend, maar eveneens vervuld van verwijzingen naar de vergankelijkheid, is Jacob Hoefnagels 1629 gedateerde Bloemenvaas omgeven door vruchten en insecten. Uit de late jaren dertig stamt Rembrandts schetsmatige compositiestudie Jozef die door zijn broers uit de put wordt gehesen, een tekening die wegens een herkomstprobleem door de Stichting P. en N. de Boer aan de erven van een door de oorlog gedupeerde familie is terug gegeven en zich intussen in een particuliere collectie bevindt, maar die wel in de tentoonstelling te zien zal zijn. Uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw is voorts een keur aan tekeningen geselecteerd uit een totaal van ongeveer vierhonderd bladen. Daaronder is zeldzaam werk van tal van kunstenaars en tekeningen die tot dusver niet of zeer summier werden gepubliceerd. Piet de Boer had een voorliefde voor landschappen, van zeer breed en visionair tot intiem, en daar zijn sprekende voorbeelden van te zien, ook uit de achttiende eeuw van tekenaars als Paulus Constantijn la Fargue en Jacob Cats.

Een speciale zaal zal worden ingericht gewijd aan Vincent van Gogh: vijf tekeningen, waaronder het iconische Worn out, verbeeld door een figuur die grote wanhoop uitdrukt (afb. 14) en een groot blad van een Spittende boer, ontstaan uit mededogen voor het lot van de arme landarbeider. Daarnaast is er een gekleurde tekening uit Van Goghs tijd in Parijs, Moulin de Blute-fin. Bij de schilderijen frappeert het in juni 1988 in Arles in klaterende kleuren geschilderde Korenveld. In tegenstelling tot veel andere handelaren in oude kunst zocht Piet de Boer aansluiting bij de eigentijdse kunst en had hij grote belangstelling voor klassieke moderne kunstenaars met als belangrijkste exponent Van Gogh van wie hij deze interessante groep bijeen wist te brengen.

Bij de tentoonstelling zal een boek verschijnen waaraan een reeks specialisten heeft meegewerkt die allen hun licht laten schijnen over de tentoongestelde werken, waarvan een groot aantal tot nu toe niet of zeer sporadisch in de kunsthistorische literatuur voorkomt. In het boek zullen alle tentoongestelde werken in kleur worden gereproduceerd, voorzien van steunafbeeldingen. In de inleiding zal de geschiedenis van kunsthandel P. de Boer en de Stichting P. en N. de Boer worden beschreven.

Sommige schilderijen en tekeningen hebben in het verleden onderdeel uitgemaakt van exposities, maar in hun samenhang zijn de werken, na een presentatie in het Singer Museum in Laren in 1966, nooit meer getoond. Het maken van de selectie was een waar genoegen en niet heel eenvoudig door de ‘embarras du choix’, de tentoonstelling zal een feest van herkenning en aangename verrassing zijn.


Catalogus
Goltzius to Van Gogh. Drawings and Paintings from the P. & N. de Boer Foundation
Fondation Custodia, Parijs – Uitgeverij THOTH, Bussum, 2014
277 pp, 24 x 30 cm, ca. 235 pl., gebonden
ISBN 978 90 6868 668 5
Prijs: € 49,50
BESTEL HIER



Tussen notitie en droom. Werk op papier van Arie Schippers
van 13 december 2014 t/m 8 maart 2015

Arie Schippers, Zelfportret, 2008. Aquarel, 24,3 x 25,5 cm
Arie Schippers (1952) behoort zonder meer tot de meest begaafde en veelzijdige Nederlandse kunstenaars van de laatste decennia. Opgeleid aan de Rijksakademie in Amsterdam won hij in 1977 de Prix de Rome met een serie schilderijen van figuren in café’s en restaurants. Sindsdien maakte hij – onder veel meer – een reeks gebeeldhouwde ‘imaginaire portretten’, een groep grote geschilderde figuurstukken naar de fantasie en plein air-schilderijen van Nederland omstreeks de eeuwwisseling, met tankstations, meubelboulevards en auto’s die in het landschap zijn geparkeerd zoals vrouwenschoenen soms uitgeschopt op een vloer liggen. Wat veel andere kunstenaars genoeg zouden vinden voor een heel oeuvre, houdt Schippers een paar jaar bezig. Bijgevolg bestaat zijn oeuvre uit vele oeuvres – die ieder voor zich toch substantieel zijn.

Schippers deed voor het laatst van zich spreken in 2012, toen hij een drie en een halve meter hoog bronzen beeld voltooide van Nelson Mandela in pak, ten voeten uit, wandelend, Long Walk to Freedom genoemd. Het werd door aartsbisschop Desmond Tutu onthuld aan de Johan de Wittlaan in Den Haag. (Van de zeventiende-eeuwse politicus Johan de Witt maakte Schippers trouwens eerder een buste in beschilderd brons.)

Hij behoort tot de beste kunstenaars van Nederland, maar niet tot de bekendste. Misschien komt dat doordat hij een Einzelganger is, die geen galerie of agent heeft en zich niets gelegen laat liggen aan heersende modes. Of misschien heeft het ermee te maken dat hij zo veel verschillends doet. Hij lijkt ongrijpbaar. Je overziet niet in één oogopslag wat hij maakt, zijn werk vraagt om vele oogopslagen. Het is een rijk, maar complex oeuvre. Een beeld van Arie Schippers is niet gemakkelijk te geven.

Toch gaan we dat komende winter proberen, in het Hôtel Lévis-Mirepoix. Als op de eerste verdieping de tentoonstelling van de collectie De Boer opent, opent in het sous-sol een tentoonstelling van Arie Schippers. Onze ingang tot het oeuvre wordt zijn werk op papier – want getekend heeft hij altijd, ongeacht wat hij daarnaast maakte.

In vitrines door alle ruimtes heen zijn Schippers’ schetsboeken te zien, als ruggengraat van de expositie. Sinds zijn academietijd tekende hij er meer dan honderd vol. De schetsboeken bieden een inkijkje in zijn hoofd. Bladzijde na bladzijde worden er waarnemingen genoteerd, composities getest en personages geboren. Steeds weer wordt, zoals Paul Klee dat noemde, het potlood mee uit wandelen genomen.

Wat in oorsprong dicht bijeen ligt, waaiert buiten de schetsboeken ver uit. In de zeven zalen laten we zien hoe de tekenkunst bij Arie Schippers functioneert. Schetsjes van het hedendaagse landschap worden meer op zichzelf staande lijntekeningen, en als het onderwerp tekenend voldoende is verkend gaat Schippers er in olieverf mee verder. Geschilderde en gebeeldhouwde portretten worden in tekeningen voorbereid. Paradijselijke, decoratieve lijntekeningetjes met dieren lopen vooruit op de ‘fabels’ die Schippers in de jaren negentig maakte, eerst in aquarel en daarna als schilderingen op papier. Alle kanten, alle golflengtes van zijn werk worden getoond in samenhang met de tekeningen. De tekeningen zijn de verbindende factor. Ze maken bijvoorbeeld duidelijk dat de (letterlijk) fabel-achtige composities ook materiaal verschaften voor latere sculpturen, en dat ze in sommige opzichten de opmaat waren naar de grote figuurstukken die Schippers begin jaren 2000 schilderde.

Voor die figuurstukken liet hij zich onder meer inspireren door de gobelin-ontwerpen van Goya, Las Meninas van Velázquez en de portretten-in-het-landschap van Gainsborough. ‘Ik wilde die schilders niet letterlijk kopiëren’, zegt hij, ‘maar ze parafraseren. Ik wilde de problemen waar zij mee zaten ook een keer in mijn eigen handen voelen.’ Schippers kent dus zijn klassieken, hij is zich zeer bewust van de lange traditie waarin hij werkt. Dat blijkt zelfs uit zijn stijl van tekenen, die Ingres-achtig scherp en lineair kan zijn, maar ook schetsmatig als die van de Impressionisten en sierlijk gestileerd als die van Matisse of Picasso. En altijd komt er toch weer een echte Schippers uit. Een goede kunstenaar kan zich door anderen laten beïnvloeden zoveel hij wil – het resultaat is altijd iets eigens.

Als je het in de tekeningen eenmaal ziet, zie je het ook in de rest van Schippers’ werk: al zo’n veertig jaar zijn hier voortdurend wisselwerkingen aan de gang. Tussen traditie en vernieuwing. Tussen waarneming en fantasie. Tegenover elke enerzijds staat een anderzijds en Schippers gedijt het best bij afwisseling. Hij kan adembenemend goed portretten tekenen, vogels of dierentuindieren, of auto’s in verkort, al dan niet met mensen erbij die bezig zijn hun boodschappen in de achterbak over te laden. Maar, zegt hij: ‘Het werken naar de waarneming wordt overschat. Er pleit ook veel tegen. Er komt veel te veel op je af, het is nooit écht te beteugelen. Ik werk niet te veel naar de waarneming, omdat ik het ook uit mijn hoofd kan. Maar ik kan het weer alleen uit mijn hoofd omdat ik op de Rijksakademie een opleiding heb gehad waarbij je van negen uur ’s ochtends tot negen uur ’s avonds naar model tekende.’

Doordat hij zo vaak en aandachtig naar de werkelijkheid heeft gekeken, kan Schippers overtuigende eigen werkelijkheden maken. Met verzonnen mensen die echte individuen lijken, kinderen die raak getypeerd spelen en rondhangen, roofdieren die levensecht hun prooi besluipen. Alles en iedereen in die fantasievoorstellingen staat stevig, beweegt soepel, heeft présence. Daarin lijken ze wel wat op dromen: allemaal hersenspinsels, je weet het best, maar je zou zweren dat het echt was.

Fictie en werkelijkheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Arie Schippers vertelt ons vandaag de dag verheugd over de rijkdom van beide en hun verwevenheid, zoals vele grote kunstenaars vóór hem daar ook van getuigden – van Velázquez tot Picasso en van Goltzius tot Van Gogh. In onze ogen verdienen zijn tekeningen daarom dezelfde aandacht.

Gijsbert van der Wal


Catalogus
Gijsbert van der Wal, Tussen notitie en droom. Werk op papier van Arie Schippers
Fondation Custodia, Parijs – De Weideblik, Varik, 2014
Tweetalige editie (Nederlands en Frans); 159 pp, 30 x 22,5 cm, ca. 185 pl., gebonden
ISBN 978 90 77767 53 5
Prijs: € 25,00
BESTEL HIER


Van Bosch tot Bloemaert: Nederlandse vijftiende- en zestiende-eeuwse tekeningen uit Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
van 22 maart t/m 22 juni 2014

Jheronimus Bosch, Het uilennest, ca. 1505-15
Pen in bruin, 141 x 197 mm
Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam (Collectie Franz Koenigs), inv. N 175
Voor het eerst zal in Frankrijk een selectie uit de unieke verzameling oude tekeningen van het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen tentoon worden gesteld in de Fondation Custodia in Parijs, van 22 maart t/m 22 juni 2014.
Het Rotterdamse museum, in het bezit van een van de rijkste verzamelingen Nederlandse tekeningen uit de 15e en 16e eeuw, zal 142 van zijn mooiste werken – van Jheronimus Bosch tot Pieter Bruegel en Abraham Bloemaert – aan het Franse publiek presenteren.

Het Uilennest, een opmerkelijk blad van Jheronimus Bosch, zal in de expositie een centrale plaats innemen. Deze tekening is bijzonder omwille van de kwaliteit van de uitvoering en zijn schaarsheid, want het grafisch oeuvre van Bosch is zeer klein. Het motief van een uil in zijn natuurlijke omgeving heeft een allegorische uitwerking, vooral omdat we in de verte een galg bespeuren. Een uil roept vaak argwaan op. Het komt erop neer dat wie het gedrag van een uil vertoont in zonde leeft.

Pieter Bruegel, die naast Bosch en Van Eyck als een van de belangrijkste Vlaamse kunstschilders wordt beschouwd, krijgt dan ook een ereplaats. Zes van zijn bladen zullen te zien zijn, getekend tussen 1552 en 1562, waardoor het publiek kennis zal kunnen maken met drie ontwerptekeningen voor gravures met allegorieën van deugden en indrukwekkende landschappen.

Er is ook een reeks van acht zeldzame vijftiende-eeuwse tekeningen te zien, meest in zilverstift en uiterst delicaat getekend, zoals het Portret van een jonge vrouw van de navolger van Van Eyck, Petrus Christus.

Van Hans Bol zijn er twaalf ronde tekeningen met de maanden van het jaar, opgevat als een middeleeuwse kalender, die Museum Boijmans Van Beuningen in 2005 heeft aangekocht. De Vlaamse renaissanceschilder Hans Bol was vooral bekend voor zijn zorgvuldig uitgevoerde tekeningen. Als landschapsschilder is hij de voornaamste opvolger van Pieter Bruegel.

Naast voortreffelijke bladen van meesters als Aertgen van Leyden, Joos van Winghe, Adam van Noort, Hans Speckaert, Maarten de Vos of David Vinckboons - allen nog maar zelden aan het Franse publiek getoond - zal de tentoonstelling ook zeer gevarieerde ensembles bevatten van kunstenaars als Maarten van Heemskerck, Hendrick Goltzius (zestien tekeningen), Jacques de Gheyn, Karel van Mander, Johannes Stradanus en Abraham Bloemaert.

De 142 geëxposeerde tekeningen beslaan een periode die loopt van de late middeleeuwen tot aan de dageraad van de Gouden Eeuw, van 1460 tot 1620. De diversiteit en de kwaliteit van deze werken staan het publiek toe alle functies van de tekenkunst te ontdekken: het zoeken naar een compositie of een figuurgroep voor een schilderij, het oefenen van plooival, het portrettekenen, het ontwerpen van een glas-in-loodraam of een prent, het vastleggen van de natuur en het uit het hoofd verbeelden van fantastische of aan de literatuur of de bijbel ontleende voorstellingen. De gebruikte technieken zijn van een grote schakering, zodat tentoonstelling en catalogus een perfect overzicht bieden van de vroege tekenkunst in de Nederlanden.


Catalogus
Yvonne Bleyerveld, Albert Elen, Judith Niessen e.a.
Bosch to Bloemaert. Early Netherlandish Drawings in the Museum Boijmans Van Beuningen
Fondation Custodia & Uitgeverij THOTH, Bussum, 2014
298 pp, 22,5 x 28 cm, ca. 235 pl., paperback met flappen, ISBN 978 90 6868 644 9
Prijs: € 49,90 (uitverkocht)

Biografie van een tekening
De mysterieuze tekening die in 2012 veel aandacht trok tijdens de tentoonstelling ‘De weg naar Van Eyck’ in Museum Boijmans Van Beuningen is nu te zien in Parijs.
Bekijk hier een filmpje over de ontdekking van deze zeldzame tekening van Jan van Eyck of één van zijn navolgers.

 

Dialogen: Tekeningen van de Fondation Custodia en Museum Boijmans Van Beuningen
van 22 maart t/m 22 juni 2014

Stefano da Verona, Samson doodt de leeuw
Pen in bruin, 278 x 197 mm
Paris, Fondation Custodia, Collection Frits Lugt, inv. 1339
Parallel met de expositie van vijftiende- en zestiende eeuwse tekeningen die zal plaatsvinden op de eerste etage van het Hôtel Lévis-Mirepoix, loopt gelijktijdig (22 maart t/m 22 juni 2014) een tweede tentoonstelling in de zalen van de benedenverdieping van het gebouw.

Deze tentoonstelling, getiteld Dialogen: Tekeningen van de Fondation Custodia en Museum Boijmans Van Beuningen, biedt het publiek de kans de tekeningen van de Fondation Custodia (collectie Frits Lugt) in verband te brengen met belangrijke bladen uit het prentenkabinet van het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen. Dit is een unieke gelegenheid om tekeningen van één meester bij elkaar te zien, stilistisch verwante bladen of tekeningen die op grond van hun motief een spannende confrontatie opleveren.

Voorbeelden zijn twee in de open lucht en bij sterk zonlicht gerealiseerde gezichten op een binnenplaats van Giovanni Battista Tiepolo, die denkelijk uit hetzelfde album stammen en dezelfde zomerse sfeer uitstralen. Bij nadere beschouwing ziet het ernaar uit dat de waterput op de Rotterdamse tekening een close-up is van de constructie die zichtbaar is achter de poort op de door de Fondation Custodia bewaarde tekening. Het zou heel goed kunnen dat beide bladen tijdens eenzelfde sessie en op dezelfde plek tot stand zijn gekomen.

Diverse van de geselecteerde bladen uit Museum Boijmans Van Beuningen komen uit de collectie van de onvervaarde Franz Koenigs (1881-1941), in het dagelijkse leven bankier, die van 1921 tot 1930 de belangrijkste verzamelaar van tekeningen op de internationale markt was. De oprichter van de Fondation Custodia, Frits Lugt, karakteriseerde hem als volgt: “Hij was bereid elke prijs te betalen, mits het om een uitzonderlijk blad ging en zijn oog, zijn flair en de snelheid waarmee hij beslissingen nam, verbaasden allen die hem gekend hebben”. De tentoonstelling Dialogen: Tekeningen uit de Fondation Custodia en Museum Boijmans Van Beuningen, bevat ook de ultieme verbeelding van de hebberig scherpe blik van de verzamelaar, zo kenmerkend voor deze beide lieden. Deze tekening – De Verzamelaar van Daumier, zal worden geconfronteerd met een aquarel van Henri-Joseph Harpignies, een gezicht in zijn atelier. In totaal zullen 40 combinaties van tekeningen van kunstenaars als Cosmè Tura, Vittore Carpaccio, Pontormo, Rubens, Rembrandt, Boucher, Fragonard, Watteau, Goya, Delacroix, Monet, Cézanne, Signac en Jongkind te zien zijn.

Online catalogus van tentoonstelling Un Univers intime

Un Univers intime
Paintings from the Frits Lugt Collection
1 maart - 27 mei 2012