Dagelijks geopend behalve op maandag, van 12.00 tot 18.00 uur

Entree: € 10,- / Met korting: € 7,-

Rondleidingen
Bezoek de tentoonstelling De l’alcôve aux barricades met een (Franstalige) gids op één van de volgende data:
zaterdag 19 november om 12 uur – donderdag 24 november om 12 uur – zaterdag 3 december om 12 uur – dinsdag 13 december om 12 uur – woensdag 5 januari om 12 uur.
Tarief: toegangsprijs tentoonstelling
Reservering per e-mail: visites@fondationcustodia.fr
De l’alcôve aux barricades
Van Fragonard tot David
Tekeningen uit de École des Beaux-Arts de Paris


van 15 oktober 2016 t/m 8 januari 2017

Jacques-Louis David (1748-1825)
Kop van een pestlijder, 1780
Pen en zwarte inkt over een schets in zwart krijt, 212 x 152 mm
© Collection des Beaux-Arts de Paris / foto Thierry Ollivier

De École des Beaux-Arts de Paris, alom bekend vanwege haar bijzondere collectie tekeningen, presenteert dit najaar in rue de Lille, in samenwerking met de Fondation Custodia, een van de meest glorieuze onderdelen van haar bezit in een tentoonstelling georganiseerd in het kader van haar tweehonderdjarig bestaan. Aan de hand van 145 tekeningen biedt de tentoonstelling een ambitieus historisch overzicht van de Franse tekenkunst in de tweede helft van de 18e eeuw.

De geselecteerde werken belichten een zowel in historisch als artistiek opzicht turbulent tijdsperk dat loopt van de laatste decennia van de regering van Lodewijk XV (1715–1774) tot aan het einde van de revolutionaire periode (1789–1799). We zien de overgang van de monarchie naar de Republiek: een wereld die verschuift van het hof, waar de adel de dienst uitmaakt, naar de stad, waar het burgerschap overheerst. Dientengevolge ondergaan de kunsten grote ontwikkelingen. Dit proces werd lang beschouwd als een duidelijke breuk tussen twee tegenovergestelde stijlen: rocaille (of rococo) – indertijd gezien als een vrouwelijke stijl vanwege het gebruik van arabesken, grillen en extravagante details – en neoclassicisme, een meer ‘mannelijke’ stijl waarvan de edele eenvoud is geïnspireerd op het voorbeeld van de Antieken.


Charles-François de La Traverse
(1726/1730-1787)
Rotslandschap, 1773
Aquarel en gouache, 374 x 260 mm
© Collection des Beaux-Arts de Paris / foto Thierry Ollivier



Jean-Baptiste Greuze (1725-1805)
De betrapte geliefden
Pen en zwarte inkt, gewassen in grijs,
240 x 280 mm
© Collection des Beaux-Arts de Paris / foto Thierry Ollivier



Jean-Baptiste Isabey (1767-1855)
Studie van een zittende man, leunend op zijn linkerarm
Zwart krijt gehoogd met wit krijt, op bruin papier, 468 x 607 mm
© Collection des Beaux-Arts de Paris / foto Thierry Ollivier


De tentoonstelling, onderverdeeld in zeven thematische hoofdstukken (academische opleiding, verblijf in Rome, genretaferelen, historieschilderkunst, het landschap in Frankrijk, architectuurtekeningen, de decoratieve kunsten), laat echter een meer complexe situatie zien.

Het grote aantal meesterwerken dat hier voor de eerste keer bijeen wordt gebracht, geeft een indruk van deze diversiteit aan stijlen en benaderingen. Ze stellen ons tevens in staat om de carrières te volgen van de kunstenaars die een rol hebben gespeeld in deze ontwikkelingen. Zo zien we hoe ze actief waren gedurende hun opleiding aan de Académie Royale de Peinture et de Sculpture, waar zij naaktstudies naar levende modellen maakten en tekeningen vervaardigden in het kader van de competities voor een Tête d’expression (een gezicht dat een emotie verbeeldt). De verschillende in de tweede helft van de 18e eeuw ingestelde prijzen, bedoeld om de wedijver tussen leerlingen van de Académie te bevorderen om zo de kunsten nieuw leven in te blazen, bood jonge kunstenaars de mogelijkheid om erkenning te krijgen.

We volgen deze tekenaars naar Palazzo Mancini, de zetel van de Académie de France in Rome, waar ze pensionnaires waren. Of het nu kopieën naar oude en moderne meesters of verbeeldingen van klassieke ruïnes, tuinen en recent ontdekte plekken zijn, de bladen uit de École des Beaux-Arts onthullen steeds de motieven waarvan de Franse kunstenaars onder de indruk waren tijdens hun verblijf in Italië.

We zien hoe na hun terugkeer naar Frankrijk deze kunstenaars officiële erkenning krijgen en belangrijke opdrachten van de staat binnenhalen, terwijl ze tevens proberen om aan de veranderende smaak van kenners te voldoen. Gebruikmakend van de strategieën van de historieschilderkunst – intense expressiviteit, heldere vertelmethodes en theatrale vormgeving – vernieuwt Jean-Baptiste Greuze (1725–1805) het genretafereel door dagelijkse gebeurtenissen een moraliserende toon te verlenen. Zijn tekenkunst, bewonderd door het publiek van de Salon en niemand minder dan Denis Diderot, is in de tentoonstelling met diverse werken vertegenwoordigd.


Pierre Ranson (1736-1786)
Ontwerp voor een appartement in Chinese stijl, 1785
Pen en bruine inkt, gewassen in grijs, aquarel, 366 x 532 mm
© Collection des Beaux-Arts de Paris / foto Thierry Ollivier
De tekeningen in de volgende sectie, variërend van de taferelen à la grecque van de hand van Joseph-Marie Vien (1716–1809) tot de grote neoklassieke composities van Jacques-Louis David (1748–1825) die een inspiratiebron vormden voor een hele generatie schilders, laten zien hoe de historieschilderkunst zich ontwikkelt en geleidelijk amoureuze en sensuele mythologische onderwerpen inwisselt voor heroïsche taferelen gebaseerd op Antieke verhalen. Vanaf het midden van de 18de eeuw was de rococostijl aan hevige kritiek onderhevig, bijvoorbeeld van geleerden zoals de Duitse kunsthistoricus Johann Joachim Winckelmann. De Académie trachtte de banden met het aloude Grand Genre te hernieuwen door kunstenaars wederom de Oudheid als voorbeeld voor te houden, zoals dat ook in de dagen van Poussin het geval was geweest.

We zien in het zesde onderdeel van de tentoonstelling puur grafische exercities in indrukwekkende (soms meerdere meters lange) werken die werden vervaardigd in het kader van de competities die de Académie royale d’architecture uitschreef, maar ook in verbeeldingen van denkbeeldige gebouwen op de wijze van Piranesi’s Capricci. Zij getuigen van de autonomie van de architectuurtekening in de tweede helft van de 18e eeuw en van het begin van een nieuwe vorm van stedenbouw rond openbare gebouwen, die de burgers een rijker sociaal en cultureel leven boden.

Het laatste deel van de tentoonstelling, gewijd aan de decoratieve kunst, bevat tekeningen die als voorbeeld dienden voor gravures in modelboeken wat toen een bloeiend genre was, terwijl andere tekeningen rechtstreeks werden gebruikt om meubels of decoraties te maken. Via deze werken kunnen we de invloed herkennen van de klassieke kunst op de evolutie van het repertoire van versierende motieven. Hoewel gekenmerkt door een terugkeer naar de rechte lijn en een zekere terughoudendheid, kon ook het neoclassicisme zich niet onttrekken aan de blijvende smaak voor het aangename en exotische, een erfenis van de rococo.


Pierre-François-Léonard Fontaine (1762-1853)
Ontwerp voor een grafmonument, 1789
Pen en grijze inkt, gewassen in grijs, 765 x 2750 mm
© Collection des Beaux-Arts de Paris / foto Thierry Ollivier
De tentoonstelling omvat diverse type tekeningen, variërende van academische oefeningen tot grootscheepse voorbereidende studies voor schilderijen, beeldhouwwerken, meubels en architectuur. Zij plaatsen ons in het hart van de artistieke praktijk en creatieve processen die deel uitmaakten van een maatschappij die aan sterke veranderingen onderhevig was.



Geweest:

Vergezicht door drie bogen van het Colosseum te Rome, 1815
Olieverf op doek, 32 x 49,5 cm
© Statens Museum for Kunst, Kopenhagen
C. W. Eckersberg (1783-1853)
Een Deens kunstenaar in Parijs, Rome en Kopenhagen

van 1 juni t/m 14 augustus 2016

Voor het eerst is in Frankrijk een grootschalige overzichtstentoonstelling te zien van de belangrijke negentiende-eeuwse Deense schilder Christoffer Wilhelm Eckersberg. Hij staat bekend als de meester van de Deense Gouden Eeuw. De tentoonstelling omvat circa 125 werken, waaronder enkele schilderijen die meer dan een eeuw niet voor het publiek te bewonderen zijn geweest.

Na een tournee langs het Statens Museum for Kunst in Kopenhagen (in de herfst van 2015) en de Hamburger Kunsthalle, ontvouwt de tentoonstelling in Parijs zich in meerdere etappes. Op de eerste verdieping van het Hôtel Levis-Mirepoix worden Eckersbergs schilderijen getoond in een chronologisch en thematisch parcours: zijn jeugdjaren in Denemarken, Frankrijk en Italië, en de ontwikkeling van zijn oeuvre in Denemarken. Op de benedenverdieping zullen zo’n 40 tekeningen en schetsen te zien zijn, waaronder twaalf werken op papier uit de collectie van de Fondation Custodia.


Parijs en Rome


De Pont Royal gezien vanaf de Quai Voltaire, 1812
Olieverf op doek, 55,5 x 71 cm
© Statens Museum for Kunst, Kopenhagen
Als grondlegger van de Deense schildersschool behaalde Eckersberg op jonge leeftijd een prijs die hem in staat stelde om van 1810 tot 1813 in Frankrijk te studeren. Een jaar lang was hij leerling in het atelier van de schilder Jacques-Louis David (1748-1825); een ervaring die voor hem van onschatbare waarde was. Davids oriëntatie op de studie naar levend model was een belangrijke ontdekking voor Eckersberg. De historische scènes van de jonge Deense schilder kregen onder invloed van David direct een ander karakter.

De tentoonstelling in de Fondation Custodia bevat diverse tekeningen en schilderijen uit deze Parijse periode. Ondanks zijn ambitieuze plan om een historieschilder te worden – het hoogst gewaardeerde genre in die tijd – legde hij zich ook op andere genres toe. Tijdens zijn wandelingen rondom Parijs schilderde hij landschappen en ook produceerde hij stadsgezichten, waaronder De Pont Royal gezien vanaf de Quai Voltaire (1812).

In juni 1813 verliet Eckersberg Parijs om zich in Rome te vestigen, in hetzelfde huis als de beeldhouwer Thorvaldsen met wie hij een diepe vriendschap zou ontwikkelen. In dit geanimeerde, internationale artistieke milieu concentreerde Eckersberg zich op het schilderen en plein air. Op deze manier konden de grillige bewegingen van schaduw en licht onmiddellijk op doek of papier worden gevangen, steeds met onverwachte invalshoeken waarbij hij een verrassende manier van componeren creëerde.


De marmeren trappen naar de Santa Maria in Aracoeli in Rome, 1814-1816
Olieverf op doek, 32,5 x 36,5 cm
© Statens Museum for Kunst, Kopenhagen



De familie Nathanson, 1818
Olieverf op doek, 126 x 172,5 cm
© Statens Museum for Kunst, Kopenhagen



Overtocht per zeilboot van Kopenhagen naar Charlottenlund, 1824
Olieverf op doek, 44,5 x 45 cm
© Statens Museum for Kunst, Kopenhagen


Eckersberg wijdde zich met groot plezier aan de plein air schilderkunst en produceerde een aantal gezichten op de eeuwige stad. In een zaal met werken uit zijn Italiaanse jaren wordt een centrale plaats ingenomen door De marmeren trappen naar de Santa Maria in Aracoeli in Rome (1814-1816) en Vergezicht door drie bogen van het Colosseum te Rome (1814-1816), waarschijnlijk Eckersbergs bekendste werk.


De terugkeer naar Kopenhagen

Na zijn verblijven in Frankrijk en Italië keerde Eckersberg in 1816 terug naar Kopenhagen, waar hij de rest van zijn leven zou doorbrengen. Hij werd er docent en later directeur van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Kopenhagen en wijdde zich geheel aan schilderen en lesgeven. Nu hij in het buitenland had ingezien dat de landschapsschilderkunst een waardig genre was, introduceerde hij de plein air schilderkunst ook bij zijn leerlingen.

Vanaf 1830 maakte Eckersberg tekeningen en schilderijen die het dagelijks leven in Denemarken verbeelden. Samen met een groot aantal portretten van figuren uit de Deense bourgeoisie getuigen deze werken van een interesse in het alledaagse leven. Direct al bij zijn terugkeer in Kopenhagen schilderde Eckersberg portretten van enkele van zijn mecenassen, als dank voor de financiering van zijn studie in het buitenland. De Franse invloed – en vooral die van David – is hier duidelijk merkbaar in de imposante maar toch eenvoudige benadering van de modellen, de strengheid van de compositie, de heldere details en de grote aandacht voor de stofuitdrukking.

Na de portretten volgt in de tentoonstelling een intiemer onderwerp: naaktstudies, vernieuwend door hun realistisch karakter. In de zomer van 1837 vervaardigde Eckersberg vijf schilderijen van naaktmodellen, elk bijna levensgroot. Voor deze werken, die als voorbeelden voor zijn leerlingen moesten dienen, koos de schilder zorgvuldig zijn modellen. Deze hadden tegengestelde leeftijden en types en zijn afwisselend met een geconcentreerde of afwezige blik afgebeeld.

Het parcours van Eckersbergs oeuvre eindigt met zeegezichten, die hij zowel in olieverf schilderde als op tekeningen afbeeldde. In deze werken gebruikte Eckersberg soms zeer experimentele artistieke procedés, zoals het ongewone ronde formaat van het schilderij Overtocht per zeilboot van Kopenhagen naar Charlottenlund (1824).

Het tweede deel van de tentoonstelling, waarin tekeningen van Eckersberg worden getoond, weerspiegelt de uiteenlopende interesses van de schilder in scènes uit het dagelijks leven, landschappen en zeegezichten. Zeer precies en met een scherp oog voor details realiseerde Eckersberg meestal een eerste schets naar het leven, om het blad vervolgens in zijn atelier te voltooien.

Bij de tentoonstelling verschijnt een catalogus in het Frans, met teksten van Kasper Monrad, Anna Schram Vejlby, Neela Struck, Jesper Svenningsen en Jan Gorm Madsen, uitgegeven door de Fondation Custodia.

C. W. Eckersberg (1783-1853). Artiste danois à Paris, Rome et Copenhague
Parijs, Fondation Custodia, 2016
336 pp, kleurill., 31 x 23 cm, gebonden
ISBN 978-90-78655-22-0
Prijs : € 40,- [BESTEL]


Partners:

   



En route !
Nederlandse landschapstekeningen
Collectie John en Marine van Vlissingen

30 januari – 30 april 2016

Rembrandt van Rijn, Wal bij het Bolwerk naast de Sint Anthonispoort in Amsterdam, ca. 1648-52.
John and Marine van Vlissingen Art Foundation
De Fondation Custodia organiseert begin 2016 een tentoonstelling van de indrukwekkende verzameling oude tekeningen van John en Marine Fentener van Vlissingen – comtesse de Pourtalès. Deze tentoonstelling, die tijdens de zomer van 2015 in het Rijksmuseum te Amsterdam te zien was, werd in Frankrijk op 30 januari geopend: 100 tekeningen met het thema “reizen” zijn te zien: bladen van kunstenaars vanaf de 17de eeuw zoals Rembrandt en Jacob van Ruisdael, tot aan de 19de eeuw met de generatie van Josephus August Knip (1777-1847).

John en Marine van Vlissingen hebben in vijftig jaar tijd op minutieuze wijze een collectie landschapstekeningen bijeengebracht van Nederlandse en Vlaamse kunstenaars die de natuur hebben uitgebeeld, niet alleen in de Nederlanden, maar ook in Frankrijk, Italië, Engeland en Afrika.

Nederlandse kunstenaars hebben altijd de reputatie gehad fervente reizigers te zijn. Te paard, per postkoets, trekschuit of te voet hebben zij tijdens de 17de, 18de en 19de eeuw de wereld doorkruist. In hun tekeningen verbeeldden zij de grote verscheidenheid aan landschappen waar ze doorheen trokken. Voor de artiesten die niet de gelegenheid, de moed of het geld hadden om een dergelijke reis te ondernemen, was het werk van reizende kunstenaars uiterst waardevol. Landschappen werden, voor het eerst in de kunstgeschiedenis, niet meer beschouwd als achtergrond voor Bijbelse en mythologische taferelen, maar als een volwaardig onderwerp.

Rembrandt (1606-1669) is waarschijnlijk nooit buiten Nederland geweest, maar hij heeft de natuur vaak getekend en vooral die rondom Amsterdam. Het blad op de tentoonstelling in de Fondation Custodia, Wal bij het bolwerk naast de Sint Anthonispoort in Amsterdam, is afkomstig uit de prachtige reeks landschappen die hij tussen 1648 en 1652 maakte en die lang in de collectie waren van de hertog van Devonshire in Chatsworth.
Zoals in veel werken uit dezelfde periode geeft Rembrandt hier op perfecte, eenvoudige manier het landschap weer door slechts gebruik te maken van rietpen en bruine inkt en bruine wassing, wat het werk een zeldzame helderheid en een buitengewone evenwichtigheid verleent.

Deze tekening hangt in de Fondation Custodia in dezelfde zaal als Gezicht op de Hogesluis langs de Amstel, Amsterdam van Jacob van Ruisdael (1628/29-1682). Het is een prachtig voorbeeld van de verfijnde stijl van deze kunstenaar. Van zijn serie over de Amstel zijn drie andere bladen bewaard gebleven; twee in de École nationale supérieure des Beaux-Arts van Parijs, de derde in de Kunsthalle van Bremen. De tekening maakt een sterke indruk met de lage horizon en imposante bewolkte lucht. De ophaalbrug en de gebouwde brug in de verte en het vijftal molens zijn typerend voor het Hollandse landschap, maar dat ze in een dergelijke concentratie binnen één compositie voorkomen is uitzonderlijk.

Zoals veel van zijn landgenoten uit de zuidelijke Nederlanden verliet Lodewijk Toeput - bekend onder de naam Pozzoserrato (1550-1603/5) - Vlaanderen om naar Italië te reizen en zo de Spaanse bezetting te ontvluchten. Hij kwam rond 1573 aan in Venetië en installeerde zich in Treviso waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen. Het Panoramisch landschap maakte Pozzoserrato vlak na zijn komst in Treviso. Het was waarschijnlijk bedoeld voor een reeks afbeeldingen van de maanden van het jaar of de vier seizoenen. Het onderwerp, de techniek en stijl vertonen hier sterke overeenkomsten met de grotere tekening van de Allegorie van de winter, die in de Yale University Art Gallery in New Haven wordt bewaard.

De aquarel van Hendrick Avercamp met boten op een kalme zee lijkt een letterlijke verbeelding van de titel van de tentoonstelling En route ! Avercamp was zeer bedreven om met minimale middelen een groot effect te sorteren.

Een zeer recente aanwinst in de collectie van Vlissingen is het kerkinterieur van Pieter Saenredam die werd verworven met de Atlas Munnicks van Cleeff, dat hoofdzakelijk topografische voorstellingen in de stad en provincie Utrecht bevat.

De panoramische tekening van Willem Schellinks met een gezicht op Valetta (Malta) met aantekeningen in het handschrift van de kunstenaar werd ook slechts korte tijd geleden verworven uit de verzameling I.Q. van Regteren Altena.

Hermanus Numan (1744-1820) was een van de belangrijkste Nederlandse aquarellisten uit de 18de eeuw. Hij heeft veel landhuizen en parken geschilderd en maakte in de jaren 1780 van dit thema zijn specialiteit. De twee aquarellen op de tentoonstelling zijn zeer verfijnde voorbeelden van zijn talent in die techniek en laten een oranjerie in een park met een vijver zien. Deze bladen maken deel uit van een grotere serie, zoals blijkt uit een derde aquarel met dezelfde af-metingen, die in de Albertina in Wenen wordt bewaard en waarop Numan een voor-aanzicht maakte van dezelfde oranjerie. Recent is er een vierde zicht opgedoken: het betreft een getekende voorstudie die de kunstenaar in de open lucht maakte. Tekening en aquarel worden samen op de tentoonstelling gepresenteerd.

In Landschap bij Galloro met een fontein van Josephus Augustus Knip (1777-1847) zien we opnieuw Italië afgebeeld. In de 18de en 19de eeuw, aangetrokken door de rust van het Romeinse platteland met zijn pittoreske heuvels en schaduwrijke bossen, verlieten buitenlandse kunstenaars die in Rome verbleven de stad tijdens de zomermaanden. Knip maakte een groot aantal studies naar de natuur die getuigen van zijn talent als aquarellist. Hij tekende hier het pad dat naar het heiligdom van Santa Maria di Galloro leidde, nabij de meren Albano en Nemi, ten zuidoosten van Rome. In tegenstelling tot de meeste landschappen en panorama’s van Knip, die hij zo nu en dan op gemonteerde vellen papier maakte en waarvan hij delen onvoltooid liet, is Landschap bij Galloro volledig in aquarel uitgevoerd.

Als een echo van de tentoonstelling Paysages de France die de Fondation Custodia in 2006 organiseerde, zijn ook op de huidige tentoonstelling Nederlandse tekeningen te zien die in de 17de eeuw in Frankrijk werden gemaakt. De tekening Huizen op een klif onder aan het kasteel van Francheville, vlakbij Lyon, is er één van en wordt toegeschreven aan Jan of aan zijn zoon Joan Wils. Frankrijk is tevens vertegen-woordigd met Gezicht op de wijk Vertais in Nantes van Lambert Doomer (1624-1700) en het indruk-wekkende Gezicht op Cambrai, door Adam Frans van der Meulen, specialist van topografische tekeningen die in 1690 in Parijs overleed.

De tentoonstelling in de Fondation Custodia loopt van 30 januari t/m 30 april 2016. Een Engelse catalogus is beschikbaar, die voor de tentoonstelling in het Rijksmuseum in 2015 werd gepubliceerd:

Home and Abroad. Dutch and Flemish Landscape Drawings from the John and Marine van Vlissingen Art Foundation
BCD Group, Rijksmuseum, 2015 [39,95 Euro] BESTEL
273 pp, 30,5 x 24,5 cm, ca. 100 pl., gebonden


Capturer la lumière
Werk op papier van Jozef Van Ruyssevelt
(1941-1985)

30 januari – 30 april 2016

Jozef Van Ruyssevelt, Zicht in het atelier, 1979.
Rijksmuseum, Amsterdam
Tegelijk met de tentoonstelling van de collectie Van Vlissingen worden beneden in het Hôtel Lévis-Mirepoix werken op papier gepresenteerd van de Vlaamse schilder en etser Jozef Van Ruyssevelt.

De Fondation Custodia verwierf uit zijn nalatenschap onder meer een twaalftal etsen, een schetsboek en een reeks gouaches. Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft Van Ruyssevelts grafische oeuvre vrijwel compleet. Voor de tentoonstelling werkt de Fondation met het Rijksprentenkabinet samen.

Jozef Van Ruyssevelt (1941-1985) werd opgeleid aan de Koninklijke Academie en het Hoger Instituut in Antwerpen. De laatste veertien jaar van zijn leven was hij zelf op de academie werkzaam als docent etsen. Van Ruyssevelt was een intimist, die licht, kleur en ruimte wilde vastleggen en daarvoor genoeg had aan zijn eigen huis en tuin. Vooral de kamers van zijn laatste huis aan de Stationsstraat in Essen, boven Antwerpen, heeft hij steeds opnieuw vereeuwigd. In zijn beste en meest productieve periode – de jaren rond 1980 – maakte hij elke paar dagen wel een schilderij, gouache, pasteltekening of ets van het interieur of van een detail daarvan.

Op de tentoonstelling ligt de nadruk op Van Ruyssevelts etsen. Dat zijn vaak dramatische prenten van ondramatische onderwerpen: uitzichten, interieurs met stoelen en kasten, stillevens met flessen en potplanten. In de laatste staat van de ets Zicht in het atelier (1979) komt er nog een beetje licht van buiten binnen, dat flauwtjes in een gelakte kast weerschijnt. Verder hangt er in het vertrek een dikke schemering van arceringen. Je knijpt je ogen toe om door die etslijntjes heen te kijken, maar ze staan steeds dichter bij elkaar, het wordt naar de hoeken toe steeds donkerder. De schaduwen onder de kast en in de open haard zijn fluwelige zwarte gaten. Drijfzand voor de turende blik.

Soms is er tussen al dat zwart ineens iets dat wit oplicht, zo wit als het papier waarop de ets is gedrukt. Het glazen tafelblad in Glas op glas (1980), bijvoorbeeld. Voor die lichtplek staat in de schaduw een fruitschaal met drie vruchten, en aan de middelste vrucht zit een blaadje dat pikzwart tegen het wit silhouetteert. Zo staat er tegenover het lichte altijd iets zwaars.

Van dichtbij blijkt dat zwarte blaadje trouwens geen strakke omtreklijn te hebben: het lijkt een uit stof geknipte vorm, waarvan de randen zijn gaan rafelen. En waar zit het nou precies aan vast: aan een kleine pronkappel? Een mandarijn? Van Ruyssevelts grafiek is een en al suggestie. Je herkent in grote lijnen een stilleven of interieur, maar de details blijven ongedefinieerd. Hoe veel hij ook dicht arceerde, hij liet vooral van alles open.

Bij de tentoonstelling in Parijs verschijnt een oeuvrecatalogus van Van Ruyssevelts grafiek, met afbeeldingen en nauwkeurige beschrijvingen van alle tweehonderd etsen en daaraan verwant werk in andere technieken. Van deze catalogus bestaat een Nederlandse en een Franse editie.

De tentoonstelling wijkt enigszins van het boek af. Rondom een keuze uit het grafische oeuvre is ook veel werk in kleur te zien: gouaches, pastel-tekeningen, een enkel olieverfschilderij. Want de intieme wereld die Van Ruyssevelt in zijn etsen vastlegde was in werkelijkheid bontgekleurd, en voor die intense, gloeiende kleuren had hij een grote gevoeligheid. De combinatie met het werk in kleur verrijkt de beleving van het werk in zwart-wit en maakt ook duidelijk hoe de etser al die kleurgradaties vertaalde in licht-donkercontrasten.

Catalogus
Jozef Van Ruyssevelt. Het grafische werk
Door Gijsbert van der Wal
Parijs, Fondation Custodia en Varik, De Weideblik, 2016 [35,00 Euro] BESTEL
212 pp, 30 x 24 cm, ca. 220 pl., gebonden
ISBN 978-90-77767-62-7

Rafaël, Titiaan, Michelangelo
Italiaanse tekeningen uit het Städel Museum in Frankfurt (1430-1600)

van 21 maart t/m 21 juni 2015

Jacopo da Pontormo, Studie van twee naakte mannen die in een spiegel kijken, omstreeks 1520
Zwart krijt (?) en wit krijt op blauw papier, 422 x 272 mm
© Städel Museum, Frankfurt am Main
De Fondation Custodia toont een selectie tekeningen van Italiaanse kunstenaars uit de renaissance afkomstig uit de unieke verzameling van het Städel Museum in Frankfurt. Dit voorjaar krijgt het publiek drie maanden lang ongeveer 90 meesterwerken uit de 15de en 16de eeuw te zien van onder anderen Rafaël, Titiaan, Michelangelo, Correggio en Parmigianino, tentoongesteld in de zalen van Hôtel Lévis-Mirepoix, 121 rue de Lille in Parijs.

Het beste van de tekenkunst aan het Franse publiek presenteren, dat is één van de opdrachten van de Fondation Custodia. En de weinig bekende verzameling tekeningen in het bezit van het Städel Museum is één van de schatten die ze wil laten zien, vooral omdat deze schitterende collectie veel verrassingen te bieden heeft. De Italiaanse tekeningen werden onlangs nader onderzocht en kregen nieuwe interpretaties en nieuwe toeschrijvingen, dankzij onderzoek van de eminente kenner Joachim Jacoby, die de uitvoerige catalogus schreef.

De collectie in Frankfurt is ontstaan uit de schenking van Johann Friedrich Städel, bankier en groot kunstverzamelaar. Zijn testament, opgesteld in 1815, vormde de basis voor de oprichting van de oudste museumstichting van Duitsland, het Städel Museum. De collectie Italiaanse tekeningen uit de renaissance werd in het midden van de 19de eeuw aangevuld dankzij aankopen van de kunsthistoricus John David Passavant. De afgelopen maanden was de expositie met groot succes in het Städel zelf te zien.

De tentoonstelling bevat een groot aantal tekeningen die karakteristiek zijn voor de periode van 1430 tot 1600; sommige werden zelden of nooit aan het publiek getoond. Vooral de bladen uit de 15de eeuw trekken de aandacht, zoals de vier elegante gotische figuren ten voeten uit van een meester uit de kring van Pisanello (omstreeks 1430), een natuurgetrouwe, met metaalstift gemaakte studie voor een Kruisiging (omstreeks 1450), de Venetiaanse tekening van een Omhoog kijkende mannenkop (omstreeks 1500) en een uitzonderlijke schets voor een Bewening door Marco Zoppo (omstreeks 1470), voorganger van Mantegna.

Van 1500 tot 1525 neemt de Italiaanse kunst een nieuwe wending. Deze periode wordt beheerst door markante kunstenaars als Fra Bartolommeo en Michelangelo in Florence, Rafaël in Rome, Correggio en Parmigianino in Parma en Titiaan in Venetië, allen aanwezig in de tentoonstelling in de Fondation Custodia. Deze generatie kunstenaars, werkzaam in de eerste jaren van het Cinquecento, hebben vernieuwingen doorgevoerd in teken- en schilderkunst die grote invloed hebben gehad. Naast de Groteske koppen van Michelangelo (omstreeks 1525), zullen drie tekeningen van Rafaël te zien zijn, waaronder de Studie van een ruiter die heeft gediend voor de uitvoering van een fresco in 1511/12 in de Stanze van Heliodorus in het Vaticaan, De zittende profeet van Correggio (rond 1523) en de unieke studie van Titiaan ter voorbereiding van een retabel voor de kerk van Santi Nazaro e Celso in Brescia (omstreeks 1519/20).

De tentoonstelling toont ook werken uit de tweede helft van de 16de eeuw uit Midden- en Noord-Italië, van Genua tot Venetië een uitgestrekt geografische gebied.

De tekeningen uit Midden-Italië, uit steden als Florence en Rome, getuigen van het sterke mecenaat van locale machthebbers en illustreren de verfijning van het hofleven. Voorbeelden zijn de bladen van Pontormo, Vasari, Zuccari, Bernardino Poccetti en Primaticcio, evenals de studie van Bronzino voor een plafond in het Palazzo Vecchio in Florence (omstreeks 1539/40).

Ook de selectie die aan Noord-Italië is gewijd zal de bezoeker weten te bekoren met indrukwekkende tekeningen als Venus die de dode Adonis beweent (rond 1560) van de Genuees Luca Cambiaso, de Aanbidding van de wijzen (rond 1527/30) en het Portret van een man in rood krijt van de zeer invloedrijke Parmigianino, en ook de monumentale Studie naar de kop van Giuliano de Medici door Michelangelo (rond 1545/60?) van de hand van Tintoretto, ongetwijfeld naar een afgietsel van de beroemde sculptuur uit de Medici-kapel in Florence.

Er zijn ook voorschetsen te zien voor fresco's en schilderijen, motiefstudies, landschappen, evenals portretten, compositieontwerpen en tekeningen die als autonoom kunstwerk bedoeld zijn, zoals de Liggende Narcissus in zwart krijt van Giuseppe Cesari, ook wel Cavaliere d’Arpino genoemd (rond 1595/1600).

De diversiteit en kwaliteit van de werken in de tentoonstelling Rafaël, Titiaan, Michelangelo. Italiaanse tekeningen uit het Städel Museum in Frankfurt (1430-1600), zijn een kans om inzicht te krijgen in de betekenis en de technieken van de tekenkunst uit de renaissance, de periode waarin deze kunstvorm tot ongekende ontplooiing kwam.


Catalogus
Joachim Jacoby, Raffael bis Tizian. Italienische Zeichnungen aus dem Städel Museum
Städel Museum, Frankfurt am Main, Michael Imhof Verlag, Petersberg, 2014
303 pp, 23 x 28 cm, ca. 200 pl., paperback met flappen
ISBN 978-3-941399-38-9
Prijs: € 34,90

Deze tentoonstelling is een manifestatie van het Städel Museum, Frankfurt am Main.
De presentatie in Parijs kwam tot stand met genereuze steun van de Wolfgang Ratjen Stiftung.



Inktcircus
Werken op papier van Gèr Boosten

van 21 maart t/m 21 juni 2015

Gèr Boosten, Tango, 06/01/2014
Chinese inkt, 50 x 65 cm
Tegelijk met de Städel-tentoonstelling opent op 21 maart in het sous-sol van het Hôtel Lévis-Mirepoix een presentatie van werk op papier van de schilder, tekenaar en graficus Gèr Boosten (1947). Geboren en opgegroeid in Maastricht vestigde hij zich in 1996 met zijn gezin in Frankrijk. Sinds tien jaar woont en werkt hij in een verbouwde hangar in het dorpje Poilly lez Gien, 140 kilometer ten zuiden van Parijs. Boosten is een uit Nederland afkomstige kunstenaar met, zoals hij dat zelf noemt, een Frans esprit. Een tentoonstelling van zijn tekeningen in het Parijse huis van een Nederlandse tekeningencollectie lijkt dan ook logisch.

De Fondation Custodia wil met presentaties als deze de aandacht vestigen op hedendaagse tekenaars die hun klassieken kennen. Geen nostalgici, maar wel kunstenaars met kennis van de geschiedenis van de tekenkunst. Tekenaars die niet met de traditie willen breken, maar haar willen voortzetten; voor wie het werk van tekenaars uit de renaissance, de Gouden Eeuw en het modernisme vandaag de dag nog een inspiratiebron is. Eerder werden aan de Rue de Lille onder meer de Metamorfosen-tekeningen van Peter Vos getoond, en afgelopen winter het werk op papier van schilder en beeldhouwer Arie Schippers.

Boosten zet dus hoog in. En niet alleen formeel, met dat spanningsveld tussen zwart en wit, maar ook wat de onderwerpen van zijn tekeningen betreft. Als kleuter in het atelier van zijn vader tekende hij al wat hij zich voorstelde bij berichten over de Watersnoodramp in Zeeland en de oorlog in Korea. Omstreeks 1970 verbleef hij als uitwisselingsstudent in Joegoslavië, waar hij optrok met zigeuners, alcoholisten en prostituees. ‘Achteraf is dat verblijf in Belgrado de basis geweest van heel mijn verdere leven. Het was een keiharde wereld, en dat heb ik in mijn werk vastgelegd: de smeerboel, de modder, de armoede, de scherpte. Dat lag daar voor het oprapen en dat vond ik fantastisch. Leven en dood lagen er zeer dicht bij elkaar.’ Bij terugkeer in Nederland studeerde Boosten af met tekeningen en schilderijen van volkse menigten, opeengepakt in bussen en trams of rokend en drinkend aan grote dissen. Hij tekende geduw en getrek, opstandjes en moordpartijen. De setting is vaak toneelachtig: de figuren staan en liggen op de planken vloer van een barak of op een plat stuk land dat in perspectief naar een hoge horizon loopt. Bedden, tafels en kachels lijken decorstukken, gordijnen en waslijnen lijken coulissen. Na zijn examen aan de Maastrichtse Jan van Eyckacademie volgde Boosten aan diezelfde academie nog een opleiding tot scenograaf. Zijn docent, de schilder, graficus en decorontwerper Nicolaas Wijnberg (1918-2006), werd al gauw een goede vriend. In de jaren zeventig ontwierp Boosten decors voor het Groot Limburgs Toneel en de Amsterdamse toneelgroep Globe. Zijn scenografieën voor Hugo Claus’ toneelstukken Suiker en Een bruid in de morgen zijn sterk verwant aan zijn ‘Joegoslavische’ etsen en tekeningen.

Ger Luijten van de Fondation Custodia leerde het werk van Gèr Boosten een jaar of tien geleden kennen, toen hij nog hoofd van het Rijksprentenkabinet in het Rijksmuseum in Amsterdam was. De eerste etsen en tekeningen van Boosten kwamen daar binnen met de nalatenschap van Nicolaas Wijnberg. Later werd de groep werken in overleg met Boosten uitgebreid. Vorig jaar schonk Boosten een serie etsen aan de Fondation Custodia. Op de tentoonstelling bij de Fondation is onder meer een keuze uit die etsen en andere vroege grafiek te zien, een selectie uit Boostens schetsboeken en een reeks recente inkttekeningen op groot formaat. In die nieuwe tekeningen worden mannen en vrouwen getroffen door rondvliegende stoelen en schoenen of door stenen uit de ruimte. Ze worden aangevallen door honden en wolven of door elkaar. Er vallen doden en gewonden. Boostens werk is onverminderd theatraal en gaat nog steeds over la condition humaine.

‘Het is heel existentieel’, zegt hij zelf. ‘Het heeft met de toneelstukken van Beckett en Ionesco te maken en met de films van Pasolini. Mijn werk is geen aanklacht, absoluut niet. Ik maak dergelijke etsen niet om te zeggen: kijk toch eens wat een smeerlapperij. Nee, het is een soort sereniteit, van: zie de mens. Ecce homo. We kunnen allemaal in de goot terechtkomen. Je hoeft maar een scheiding mee te maken. Dan kan het al gebeuren dat je je huis kwijtraakt en eerst in je auto slaapt en daarna gewoon in de goot. Heel goed mogelijk. Ik kan me verplaatsen in mensen die een misdaad begaan of zogenaamd waanzinnig zijn. Ik denk niet dat ik iets aan de misstanden in de wereld kan veranderen, daar zijn mijn armpjes te kort voor, maar ik ben kunstenaar en ik doe er iets mee. Net als Pasolini of Lars van Trier, en net als Rembrandt, Grünewald en De Gheyn.’

Gijsbert van der Wal


Catalogus
Gijsbert van der Wal, Cirque d’encres. L’œuvre sur papier de Gèr Boosten / Inktcircus. Werken op papier van Gèr Boosten
Fondation Custodia, Paris – De Weideblik, Varik, 2015
Tweetalige editie (Nederlands en Frans); 152 pp, 27 x 27 cm, ca. 128 pl., gebonden
ISBN 978-90-77767-55-9
Prijs: € 25,00 (BESTEL HIER)

Het Bonnefantenmuseum in Maastricht en DSM in Heerlen tonen van 3 april tot en met 7 juni Boostens recente schilderijen.
Gèr Boosten - Entre chien et loup
www.bonnefanten.nl


Tussen Goltzius en Van Gogh. Tekeningen & schilderijen uit de Stichting P. en N. de Boer
van 13 december 2014 t/m 8 maart 2015

Vincent van Gogh, Korenveld, juni 1888.
Olieverf op doek, 50 x 61 cm
© Stichting P. en N. de Boer, Amsterdam
Piet de Boer (1894-1974) studeerde aanvankelijk biologie, maar brak die studie af omdat kunstgeschiedenis hem meer aansprak. In 1922 begon hij een kunsthandel, sinds 1927 gevestigd aan de Herengracht in Amsterdam, waar Kunsthandel P. de Boer, inmiddels gerund door zijn neef Peter en diens zoon Niels de Boer, tot op de dag van vandaag huist. Vanaf het begin waren er nevenvestigingen in diverse Duitse steden, wat de ondernemingszin tekent van de firma, waarin ook Piets jongere broer Dolf deelnam. In 1928 werd een verkooptentoonstelling georganiseerd over de Bruegelfamilie en hun invloed op de kunst in de Nederlanden en er zouden nog meer van dergelijke baanbrekende presentaties volgen, onder andere over Joos de Momper en het bloemstilleven, steeds vergezeld van catalogi geschreven door Piet de Boer, die een indrukwekkende bibliotheek aanlegde en een uitvoerige kunstenaarsdocumentatie opbouwde. Die tentoonstellingen waren kunsthistorisch relevant en hebben bijgedragen tot een verruiming van de smaak voor kunst uit de zestiende en zeventiende eeuw onder verzamelaars en in musea. Ook tekeningen maakten onderdeel uit van de handel. Al in de jaren dertig werd daarnaast vanuit een engagement met de moderne kunst werk van eigentijdse meesters verkocht middels tentoonstellingen van onder anderen Pyke Koch, Carel Willink en Hildo Krop.

Na de Tweede Wereldoorlog bleef de firma floreren en groeide ze uit tot een bedrijf van belang. Omstreeks 1960, na het overlijden van zijn vrouw Nellie, trok Piet zich uit de zaak terug en legde zich toe op de nadere bestudering en uitbreiding van zijn privécollectie schilderijen en tekeningen die zich uitstrekt van de late Middeleeuwen tot een ensemble met werk van Vincent van Gogh. In 1964 besloot hij die onder te brengen in de Stichting P. en N. de Boer. De Fondation Custodia heeft ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van deze slechts in kleine kring bekende stichting het initiatief genomen een ruime keus uit de collectie te laten zien in Parijs, waarbij de smaak van marchand-collectionneur Piet de Boer – tijdgenoot van Frits Lugt (1884-1970) – en diens speciale kwaliteitsgevoel goed naar voren komen. Het is een keuze uit de oogst van ruim veertig jaar intensief verkeren op de kunstmarkt.

Er zullen twintig schilderijen te zien zijn waaronder een aantal van maniëristische kunstenaars als Hendrick Goltzius (Portret van Jan Govertsz van der Aar als verzamelaar van schelpen en Vanitasstilleven, Cornelis Cornelisz. Van Haarlem (Neptunus en Amphitrite), Cornelis Ketel (een portret geschilderd ‘met den vingheren sonder Pinceel’) en Joachim Wtewael (Mars, Venus en Amor). Verder een reeks kwaliteitsvolle vroege stillevens van Balthasar van der Ast, Ambrosius Bosschaert en Gottfried von Wedig en Frans Snijders, atmosferische landschappen van Joos de Momper, Roelandt Savery en Hendrick Avercamp en Arent Arentsz Cabel, een pasteus geschilderde Buitenpartij op naam van Esaias van de Velde en een aandoenlijke close-up van een Roos, muis en insecten, toegeschreven aan Jan Bruegel de Oude.

Onder de 95 tekeningen is er een wervelende op rood geprepareerd papier uitgevoerde Aanbidding der Wijzen door de Meester van de Liechtensteinse Aanbidding, Hendrick Goltzius’ innige Het Gevoel en vijf superieure tekeningen van Jacques de Gheyn, waaronder de respectievelijk om de wereld huilende en lachende Heraclitus en Democritus, perfect bewaard gebleven, en de weergave van een bloederige op tafel uitgestalde Gevilde kop van een kalf uit 1599. Minder confronterend, maar eveneens vervuld van verwijzingen naar de vergankelijkheid, is Jacob Hoefnagels 1629 gedateerde Bloemenvaas omgeven door vruchten en insecten. Uit de late jaren dertig stamt Rembrandts schetsmatige compositiestudie Jozef die door zijn broers uit de put wordt gehesen, een tekening die wegens een herkomstprobleem door de Stichting P. en N. de Boer aan de erven van een door de oorlog gedupeerde familie is terug gegeven en zich intussen in een particuliere collectie bevindt, maar die wel in de tentoonstelling te zien zal zijn. Uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw is voorts een keur aan tekeningen geselecteerd uit een totaal van ongeveer vierhonderd bladen. Daaronder is zeldzaam werk van tal van kunstenaars en tekeningen die tot dusver niet of zeer summier werden gepubliceerd. Piet de Boer had een voorliefde voor landschappen, van zeer breed en visionair tot intiem, en daar zijn sprekende voorbeelden van te zien, ook uit de achttiende eeuw van tekenaars als Paulus Constantijn la Fargue en Jacob Cats.

Een speciale zaal zal worden ingericht gewijd aan Vincent van Gogh: vijf tekeningen, waaronder het iconische Worn out, verbeeld door een figuur die grote wanhoop uitdrukt (afb. 14) en een groot blad van een Spittende boer, ontstaan uit mededogen voor het lot van de arme landarbeider. Daarnaast is er een gekleurde tekening uit Van Goghs tijd in Parijs, Moulin de Blute-fin. Bij de schilderijen frappeert het in juni 1988 in Arles in klaterende kleuren geschilderde Korenveld. In tegenstelling tot veel andere handelaren in oude kunst zocht Piet de Boer aansluiting bij de eigentijdse kunst en had hij grote belangstelling voor klassieke moderne kunstenaars met als belangrijkste exponent Van Gogh van wie hij deze interessante groep bijeen wist te brengen.

Bij de tentoonstelling zal een boek verschijnen waaraan een reeks specialisten heeft meegewerkt die allen hun licht laten schijnen over de tentoongestelde werken, waarvan een groot aantal tot nu toe niet of zeer sporadisch in de kunsthistorische literatuur voorkomt. In het boek zullen alle tentoongestelde werken in kleur worden gereproduceerd, voorzien van steunafbeeldingen. In de inleiding zal de geschiedenis van kunsthandel P. de Boer en de Stichting P. en N. de Boer worden beschreven.

Sommige schilderijen en tekeningen hebben in het verleden onderdeel uitgemaakt van exposities, maar in hun samenhang zijn de werken, na een presentatie in het Singer Museum in Laren in 1966, nooit meer getoond. Het maken van de selectie was een waar genoegen en niet heel eenvoudig door de ‘embarras du choix’, de tentoonstelling zal een feest van herkenning en aangename verrassing zijn.


Catalogus
Goltzius to Van Gogh. Drawings and Paintings from the P. & N. de Boer Foundation
Fondation Custodia, Parijs – Uitgeverij THOTH, Bussum, 2014
277 pp, 24 x 30 cm, ca. 235 pl., gebonden
ISBN 978 90 6868 668 5
Prijs: € 49,50



Tussen notitie en droom. Werk op papier van Arie Schippers
van 13 december 2014 t/m 8 maart 2015

Arie Schippers, Zelfportret, 2008. Aquarel, 24,3 x 25,5 cm
Arie Schippers (1952) behoort zonder meer tot de meest begaafde en veelzijdige Nederlandse kunstenaars van de laatste decennia. Opgeleid aan de Rijksakademie in Amsterdam won hij in 1977 de Prix de Rome met een serie schilderijen van figuren in café’s en restaurants. Sindsdien maakte hij – onder veel meer – een reeks gebeeldhouwde ‘imaginaire portretten’, een groep grote geschilderde figuurstukken naar de fantasie en plein air-schilderijen van Nederland omstreeks de eeuwwisseling, met tankstations, meubelboulevards en auto’s die in het landschap zijn geparkeerd zoals vrouwenschoenen soms uitgeschopt op een vloer liggen. Wat veel andere kunstenaars genoeg zouden vinden voor een heel oeuvre, houdt Schippers een paar jaar bezig. Bijgevolg bestaat zijn oeuvre uit vele oeuvres – die ieder voor zich toch substantieel zijn.

Schippers deed voor het laatst van zich spreken in 2012, toen hij een drie en een halve meter hoog bronzen beeld voltooide van Nelson Mandela in pak, ten voeten uit, wandelend, Long Walk to Freedom genoemd. Het werd door aartsbisschop Desmond Tutu onthuld aan de Johan de Wittlaan in Den Haag. (Van de zeventiende-eeuwse politicus Johan de Witt maakte Schippers trouwens eerder een buste in beschilderd brons.)

Hij behoort tot de beste kunstenaars van Nederland, maar niet tot de bekendste. Misschien komt dat doordat hij een Einzelganger is, die geen galerie of agent heeft en zich niets gelegen laat liggen aan heersende modes. Of misschien heeft het ermee te maken dat hij zo veel verschillends doet. Hij lijkt ongrijpbaar. Je overziet niet in één oogopslag wat hij maakt, zijn werk vraagt om vele oogopslagen. Het is een rijk, maar complex oeuvre. Een beeld van Arie Schippers is niet gemakkelijk te geven.

Toch gaan we dat komende winter proberen, in het Hôtel Lévis-Mirepoix. Als op de eerste verdieping de tentoonstelling van de collectie De Boer opent, opent in het sous-sol een tentoonstelling van Arie Schippers. Onze ingang tot het oeuvre wordt zijn werk op papier – want getekend heeft hij altijd, ongeacht wat hij daarnaast maakte.

In vitrines door alle ruimtes heen zijn Schippers’ schetsboeken te zien, als ruggengraat van de expositie. Sinds zijn academietijd tekende hij er meer dan honderd vol. De schetsboeken bieden een inkijkje in zijn hoofd. Bladzijde na bladzijde worden er waarnemingen genoteerd, composities getest en personages geboren. Steeds weer wordt, zoals Paul Klee dat noemde, het potlood mee uit wandelen genomen.

Wat in oorsprong dicht bijeen ligt, waaiert buiten de schetsboeken ver uit. In de zeven zalen laten we zien hoe de tekenkunst bij Arie Schippers functioneert. Schetsjes van het hedendaagse landschap worden meer op zichzelf staande lijntekeningen, en als het onderwerp tekenend voldoende is verkend gaat Schippers er in olieverf mee verder. Geschilderde en gebeeldhouwde portretten worden in tekeningen voorbereid. Paradijselijke, decoratieve lijntekeningetjes met dieren lopen vooruit op de ‘fabels’ die Schippers in de jaren negentig maakte, eerst in aquarel en daarna als schilderingen op papier. Alle kanten, alle golflengtes van zijn werk worden getoond in samenhang met de tekeningen. De tekeningen zijn de verbindende factor. Ze maken bijvoorbeeld duidelijk dat de (letterlijk) fabel-achtige composities ook materiaal verschaften voor latere sculpturen, en dat ze in sommige opzichten de opmaat waren naar de grote figuurstukken die Schippers begin jaren 2000 schilderde.

Voor die figuurstukken liet hij zich onder meer inspireren door de gobelin-ontwerpen van Goya, Las Meninas van Velázquez en de portretten-in-het-landschap van Gainsborough. ‘Ik wilde die schilders niet letterlijk kopiëren’, zegt hij, ‘maar ze parafraseren. Ik wilde de problemen waar zij mee zaten ook een keer in mijn eigen handen voelen.’ Schippers kent dus zijn klassieken, hij is zich zeer bewust van de lange traditie waarin hij werkt. Dat blijkt zelfs uit zijn stijl van tekenen, die Ingres-achtig scherp en lineair kan zijn, maar ook schetsmatig als die van de Impressionisten en sierlijk gestileerd als die van Matisse of Picasso. En altijd komt er toch weer een echte Schippers uit. Een goede kunstenaar kan zich door anderen laten beïnvloeden zoveel hij wil – het resultaat is altijd iets eigens.

Als je het in de tekeningen eenmaal ziet, zie je het ook in de rest van Schippers’ werk: al zo’n veertig jaar zijn hier voortdurend wisselwerkingen aan de gang. Tussen traditie en vernieuwing. Tussen waarneming en fantasie. Tegenover elke enerzijds staat een anderzijds en Schippers gedijt het best bij afwisseling. Hij kan adembenemend goed portretten tekenen, vogels of dierentuindieren, of auto’s in verkort, al dan niet met mensen erbij die bezig zijn hun boodschappen in de achterbak over te laden. Maar, zegt hij: ‘Het werken naar de waarneming wordt overschat. Er pleit ook veel tegen. Er komt veel te veel op je af, het is nooit écht te beteugelen. Ik werk niet te veel naar de waarneming, omdat ik het ook uit mijn hoofd kan. Maar ik kan het weer alleen uit mijn hoofd omdat ik op de Rijksakademie een opleiding heb gehad waarbij je van negen uur ’s ochtends tot negen uur ’s avonds naar model tekende.’

Doordat hij zo vaak en aandachtig naar de werkelijkheid heeft gekeken, kan Schippers overtuigende eigen werkelijkheden maken. Met verzonnen mensen die echte individuen lijken, kinderen die raak getypeerd spelen en rondhangen, roofdieren die levensecht hun prooi besluipen. Alles en iedereen in die fantasievoorstellingen staat stevig, beweegt soepel, heeft présence. Daarin lijken ze wel wat op dromen: allemaal hersenspinsels, je weet het best, maar je zou zweren dat het echt was.

Fictie en werkelijkheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Arie Schippers vertelt ons vandaag de dag verheugd over de rijkdom van beide en hun verwevenheid, zoals vele grote kunstenaars vóór hem daar ook van getuigden – van Velázquez tot Picasso en van Goltzius tot Van Gogh. In onze ogen verdienen zijn tekeningen daarom dezelfde aandacht.

Gijsbert van der Wal


Catalogus
Gijsbert van der Wal, Tussen notitie en droom. Werk op papier van Arie Schippers
Fondation Custodia, Parijs – De Weideblik, Varik, 2014
Tweetalige editie (Nederlands en Frans); 159 pp, 30 x 22,5 cm, ca. 185 pl., gebonden
ISBN 978 90 77767 53 5
Prijs: € 25,00
BESTEL HIER


Van Bosch tot Bloemaert: Nederlandse vijftiende- en zestiende-eeuwse tekeningen uit Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
van 22 maart t/m 22 juni 2014

Jheronimus Bosch, Het uilennest, ca. 1505-15
Pen in bruin, 141 x 197 mm
Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam (Collectie Franz Koenigs), inv. N 175
Voor het eerst zal in Frankrijk een selectie uit de unieke verzameling oude tekeningen van het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen tentoon worden gesteld in de Fondation Custodia in Parijs, van 22 maart t/m 22 juni 2014.
Het Rotterdamse museum, in het bezit van een van de rijkste verzamelingen Nederlandse tekeningen uit de 15e en 16e eeuw, zal 142 van zijn mooiste werken – van Jheronimus Bosch tot Pieter Bruegel en Abraham Bloemaert – aan het Franse publiek presenteren.

Het Uilennest, een opmerkelijk blad van Jheronimus Bosch, zal in de expositie een centrale plaats innemen. Deze tekening is bijzonder omwille van de kwaliteit van de uitvoering en zijn schaarsheid, want het grafisch oeuvre van Bosch is zeer klein. Het motief van een uil in zijn natuurlijke omgeving heeft een allegorische uitwerking, vooral omdat we in de verte een galg bespeuren. Een uil roept vaak argwaan op. Het komt erop neer dat wie het gedrag van een uil vertoont in zonde leeft.

Pieter Bruegel, die naast Bosch en Van Eyck als een van de belangrijkste Vlaamse kunstschilders wordt beschouwd, krijgt dan ook een ereplaats. Zes van zijn bladen zullen te zien zijn, getekend tussen 1552 en 1562, waardoor het publiek kennis zal kunnen maken met drie ontwerptekeningen voor gravures met allegorieën van deugden en indrukwekkende landschappen.

Er is ook een reeks van acht zeldzame vijftiende-eeuwse tekeningen te zien, meest in zilverstift en uiterst delicaat getekend, zoals het Portret van een jonge vrouw van de navolger van Van Eyck, Petrus Christus.

Van Hans Bol zijn er twaalf ronde tekeningen met de maanden van het jaar, opgevat als een middeleeuwse kalender, die Museum Boijmans Van Beuningen in 2005 heeft aangekocht. De Vlaamse renaissanceschilder Hans Bol was vooral bekend voor zijn zorgvuldig uitgevoerde tekeningen. Als landschapsschilder is hij de voornaamste opvolger van Pieter Bruegel.

Naast voortreffelijke bladen van meesters als Aertgen van Leyden, Joos van Winghe, Adam van Noort, Hans Speckaert, Maarten de Vos of David Vinckboons - allen nog maar zelden aan het Franse publiek getoond - zal de tentoonstelling ook zeer gevarieerde ensembles bevatten van kunstenaars als Maarten van Heemskerck, Hendrick Goltzius (zestien tekeningen), Jacques de Gheyn, Karel van Mander, Johannes Stradanus en Abraham Bloemaert.

De 142 geëxposeerde tekeningen beslaan een periode die loopt van de late middeleeuwen tot aan de dageraad van de Gouden Eeuw, van 1460 tot 1620. De diversiteit en de kwaliteit van deze werken staan het publiek toe alle functies van de tekenkunst te ontdekken: het zoeken naar een compositie of een figuurgroep voor een schilderij, het oefenen van plooival, het portrettekenen, het ontwerpen van een glas-in-loodraam of een prent, het vastleggen van de natuur en het uit het hoofd verbeelden van fantastische of aan de literatuur of de bijbel ontleende voorstellingen. De gebruikte technieken zijn van een grote schakering, zodat tentoonstelling en catalogus een perfect overzicht bieden van de vroege tekenkunst in de Nederlanden.


Catalogus
Yvonne Bleyerveld, Albert Elen, Judith Niessen e.a.
Bosch to Bloemaert. Early Netherlandish Drawings in the Museum Boijmans Van Beuningen
Fondation Custodia & Uitgeverij THOTH, Bussum, 2014
298 pp, 22,5 x 28 cm, ca. 235 pl., paperback met flappen, ISBN 978 90 6868 644 9
Prijs: € 49,90 (uitverkocht)

Biografie van een tekening
De mysterieuze tekening die in 2012 veel aandacht trok tijdens de tentoonstelling ‘De weg naar Van Eyck’ in Museum Boijmans Van Beuningen is nu te zien in Parijs.
Bekijk hier een filmpje over de ontdekking van deze zeldzame tekening van Jan van Eyck of één van zijn navolgers.

 

Dialogen: Tekeningen van de Fondation Custodia en Museum Boijmans Van Beuningen
van 22 maart t/m 22 juni 2014

Stefano da Verona, Samson doodt de leeuw
Pen in bruin, 278 x 197 mm
Paris, Fondation Custodia, Collection Frits Lugt, inv. 1339
Parallel met de expositie van vijftiende- en zestiende eeuwse tekeningen die zal plaatsvinden op de eerste etage van het Hôtel Lévis-Mirepoix, loopt gelijktijdig (22 maart t/m 22 juni 2014) een tweede tentoonstelling in de zalen van de benedenverdieping van het gebouw.

Deze tentoonstelling, getiteld Dialogen: Tekeningen van de Fondation Custodia en Museum Boijmans Van Beuningen, biedt het publiek de kans de tekeningen van de Fondation Custodia (collectie Frits Lugt) in verband te brengen met belangrijke bladen uit het prentenkabinet van het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen. Dit is een unieke gelegenheid om tekeningen van één meester bij elkaar te zien, stilistisch verwante bladen of tekeningen die op grond van hun motief een spannende confrontatie opleveren.

Voorbeelden zijn twee in de open lucht en bij sterk zonlicht gerealiseerde gezichten op een binnenplaats van Giovanni Battista Tiepolo, die denkelijk uit hetzelfde album stammen en dezelfde zomerse sfeer uitstralen. Bij nadere beschouwing ziet het ernaar uit dat de waterput op de Rotterdamse tekening een close-up is van de constructie die zichtbaar is achter de poort op de door de Fondation Custodia bewaarde tekening. Het zou heel goed kunnen dat beide bladen tijdens eenzelfde sessie en op dezelfde plek tot stand zijn gekomen.

Diverse van de geselecteerde bladen uit Museum Boijmans Van Beuningen komen uit de collectie van de onvervaarde Franz Koenigs (1881-1941), in het dagelijkse leven bankier, die van 1921 tot 1930 de belangrijkste verzamelaar van tekeningen op de internationale markt was. De oprichter van de Fondation Custodia, Frits Lugt, karakteriseerde hem als volgt: “Hij was bereid elke prijs te betalen, mits het om een uitzonderlijk blad ging en zijn oog, zijn flair en de snelheid waarmee hij beslissingen nam, verbaasden allen die hem gekend hebben”. De tentoonstelling Dialogen: Tekeningen uit de Fondation Custodia en Museum Boijmans Van Beuningen, bevat ook de ultieme verbeelding van de hebberig scherpe blik van de verzamelaar, zo kenmerkend voor deze beide lieden. Deze tekening – De Verzamelaar van Daumier, zal worden geconfronteerd met een aquarel van Henri-Joseph Harpignies, een gezicht in zijn atelier. In totaal zullen 40 combinaties van tekeningen van kunstenaars als Cosmè Tura, Vittore Carpaccio, Pontormo, Rubens, Rembrandt, Boucher, Fragonard, Watteau, Goya, Delacroix, Monet, Cézanne, Signac en Jongkind te zien zijn.

Online catalogus van tentoonstelling Un Univers intime

Un Univers intime
Paintings from the Frits Lugt Collection
1 maart - 27 mei 2012