Verwacht:
Tussen Goltzius en Van Gogh. Tekeningen & schilderijen uit de Stichting P. en N. de Boer
van 13 december 2014 t/m 8 maart 2015

Vincent van Gogh, Korenveld, juni 1888.
Olieverf op doek, 50 x 61 cm
© Stichting P. en N. de Boer, Amsterdam
Piet de Boer (1894-1974) studeerde aanvankelijk biologie, maar brak die studie af omdat kunstgeschiedenis hem meer aansprak. In 1922 begon hij een kunsthandel, sinds 1927 gevestigd aan de Herengracht in Amsterdam, waar Kunsthandel P. de Boer, inmiddels gerund door zijn neef Peter en diens zoon Niels de Boer, tot op de dag van vandaag huist. Vanaf het begin waren er nevenvestigingen in diverse Duitse steden, wat de ondernemingszin tekent van de firma, waarin ook Piets jongere broer Dolf deelnam. In 1928 werd een verkooptentoonstelling georganiseerd over de Bruegelfamilie en hun invloed op de kunst in de Nederlanden en er zouden nog meer van dergelijke baanbrekende presentaties volgen, onder andere over Joos de Momper en het bloemstilleven, steeds vergezeld van catalogi geschreven door Piet de Boer, die een indrukwekkende bibliotheek aanlegde en een uitvoerige kunstenaarsdocumentatie opbouwde. Die tentoonstellingen waren kunsthistorisch relevant en hebben bijgedragen tot een verruiming van de smaak voor kunst uit de zestiende en zeventiende eeuw onder verzamelaars en in musea. Ook tekeningen maakten onderdeel uit van de handel. Al in de jaren dertig werd daarnaast vanuit een engagement met de moderne kunst werk van eigentijdse meesters verkocht middels tentoonstellingen van onder anderen Pyke Koch, Carel Willink en Hildo Krop.

Na de Tweede Wereldoorlog bleef de firma floreren en groeide ze uit tot een bedrijf van belang. Omstreeks 1960, na het overlijden van zijn vrouw Nellie, trok Piet zich uit de zaak terug en legde zich toe op de nadere bestudering en uitbreiding van zijn privécollectie schilderijen en tekeningen die zich uitstrekt van de late Middeleeuwen tot een ensemble met werk van Vincent van Gogh. In 1964 besloot hij die onder te brengen in de Stichting P. en N. de Boer. De Fondation Custodia heeft ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van deze slechts in kleine kring bekende stichting het initiatief genomen een ruime keus uit de collectie te laten zien in Parijs, waarbij de smaak van marchand-collectionneur Piet de Boer – tijdgenoot van Frits Lugt (1884-1970) – en diens speciale kwaliteitsgevoel goed naar voren komen. Het is een keuze uit de oogst van ruim veertig jaar intensief verkeren op de kunstmarkt.

Er zullen twintig schilderijen te zien zijn waaronder een aantal van maniëristische kunstenaars als Hendrick Goltzius (Portret van Jan Govertsz van der Aar als verzamelaar van schelpen en Vanitasstilleven, Cornelis Cornelisz. Van Haarlem (Neptunus en Amphitrite), Cornelis Ketel (een portret geschilderd ‘met den vingheren sonder Pinceel’) en Joachim Wtewael (Mars, Venus en Amor). Verder een reeks kwaliteitsvolle vroege stillevens van Balthasar van der Ast, Ambrosius Bosschaert en Gottfried von Wedig en Frans Snijders, atmosferische landschappen van Joos de Momper, Roelandt Savery en Hendrick Avercamp en Arent Arentsz Cabel, een pasteus geschilderde Buitenpartij op naam van Esaias van de Velde en een aandoenlijke close-up van een Roos, muis en insecten, toegeschreven aan Jan Bruegel de Oude.

Onder de 95 tekeningen is er een wervelende op rood geprepareerd papier uitgevoerde Aanbidding der Wijzen door de Meester van de Liechtensteinse Aanbidding, Hendrick Goltzius’ innige Het Gevoel en vijf superieure tekeningen van Jacques de Gheyn, waaronder de respectievelijk om de wereld huilende en lachende Heraclitus en Democritus, perfect bewaard gebleven, en de weergave van een bloederige op tafel uitgestalde Gevilde kop van een kalf uit 1599. Minder confronterend, maar eveneens vervuld van verwijzingen naar de vergankelijkheid, is Jacob Hoefnagels 1629 gedateerde Bloemenvaas omgeven door vruchten en insecten. Uit de late jaren dertig stamt Rembrandts schetsmatige compositiestudie Jozef die door zijn broers uit de put wordt gehesen, een tekening die wegens een herkomstprobleem door de Stichting P. en N. de Boer aan de erven van een door de oorlog gedupeerde familie is terug gegeven en zich intussen in een particuliere collectie bevindt, maar die wel in de tentoonstelling te zien zal zijn. Uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw is voorts een keur aan tekeningen geselecteerd uit een totaal van ongeveer vierhonderd bladen. Daaronder is zeldzaam werk van tal van kunstenaars en tekeningen die tot dusver niet of zeer summier werden gepubliceerd. Piet de Boer had een voorliefde voor landschappen, van zeer breed en visionair tot intiem, en daar zijn sprekende voorbeelden van te zien, ook uit de achttiende eeuw van tekenaars als Paulus Constantijn la Fargue en Jacob Cats.

Een speciale zaal zal worden ingericht gewijd aan Vincent van Gogh: vijf tekeningen, waaronder het iconische Worn out, verbeeld door een figuur die grote wanhoop uitdrukt (afb. 14) en een groot blad van een Spittende boer, ontstaan uit mededogen voor het lot van de arme landarbeider. Daarnaast is er een gekleurde tekening uit Van Goghs tijd in Parijs, Moulin de Blute-fin. Bij de schilderijen frappeert het in juni 1988 in Arles in klaterende kleuren geschilderde Korenveld. In tegenstelling tot veel andere handelaren in oude kunst zocht Piet de Boer aansluiting bij de eigentijdse kunst en had hij grote belangstelling voor klassieke moderne kunstenaars met als belangrijkste exponent Van Gogh van wie hij deze interessante groep bijeen wist te brengen.

Bij de tentoonstelling zal een boek verschijnen waaraan een reeks specialisten heeft meegewerkt die allen hun licht laten schijnen over de tentoongestelde werken, waarvan een groot aantal tot nu toe niet of zeer sporadisch in de kunsthistorische literatuur voorkomt. In het boek zullen alle tentoongestelde werken in kleur worden gereproduceerd, voorzien van steunafbeeldingen. In de inleiding zal de geschiedenis van kunsthandel P. de Boer en de Stichting P. en N. de Boer worden beschreven.

Sommige schilderijen en tekeningen hebben in het verleden onderdeel uitgemaakt van exposities, maar in hun samenhang zijn de werken, na een presentatie in het Singer Museum in Laren in 1966, nooit meer getoond. Het maken van de selectie was een waar genoegen en niet heel eenvoudig door de ‘embarras du choix’, de tentoonstelling zal een feest van herkenning en aangename verrassing zijn.

Tussen notitie en droom. Werk op papier van Arie Schippers
van 13 december 2014 t/m 8 maart 2015

Arie Schippers, Zelfportret, 2008. Aquarel, 24,3 x 25,5 cm
Arie Schippers (1952) behoort zonder meer tot de meest begaafde en veelzijdige Nederlandse kunstenaars van de laatste decennia. Opgeleid aan de Rijksakademie in Amsterdam won hij in 1977 de Prix de Rome met een serie schilderijen van figuren in café’s en restaurants. Sindsdien maakte hij – onder veel meer – een reeks gebeeldhouwde ‘imaginaire portretten’, een groep grote geschilderde figuurstukken naar de fantasie en plein air-schilderijen van Nederland omstreeks de eeuwwisseling, met tankstations, meubelboulevards en auto’s die in het landschap zijn geparkeerd zoals vrouwenschoenen soms uitgeschopt op een vloer liggen. Wat veel andere kunstenaars genoeg zouden vinden voor een heel oeuvre, houdt Schippers een paar jaar bezig. Bijgevolg bestaat zijn oeuvre uit vele oeuvres – die ieder voor zich toch substantieel zijn.

Schippers deed voor het laatst van zich spreken in 2012, toen hij een drie en een halve meter hoog bronzen beeld voltooide van Nelson Mandela in pak, ten voeten uit, wandelend, Long Walk to Freedom genoemd. Het werd door aartsbisschop Desmond Tutu onthuld aan de Johan de Wittlaan in Den Haag. (Van de zeventiende-eeuwse politicus Johan de Witt maakte Schippers trouwens eerder een buste in beschilderd brons.)

Hij behoort tot de beste kunstenaars van Nederland, maar niet tot de bekendste. Misschien komt dat doordat hij een Einzelganger is, die geen galerie of agent heeft en zich niets gelegen laat liggen aan heersende modes. Of misschien heeft het ermee te maken dat hij zo veel verschillends doet. Hij lijkt ongrijpbaar. Je overziet niet in één oogopslag wat hij maakt, zijn werk vraagt om vele oogopslagen. Het is een rijk, maar complex oeuvre. Een beeld van Arie Schippers is niet gemakkelijk te geven.

Toch gaan we dat komende winter proberen, in het Hôtel Lévis-Mirepoix. Als op de eerste verdieping de tentoonstelling van de collectie De Boer opent, opent in het sous-sol een tentoonstelling van Arie Schippers. Onze ingang tot het oeuvre wordt zijn werk op papier – want getekend heeft hij altijd, ongeacht wat hij daarnaast maakte.

In vitrines door alle ruimtes heen zijn Schippers’ schetsboeken te zien, als ruggengraat van de expositie. Sinds zijn academietijd tekende hij er meer dan honderd vol. De schetsboeken bieden een inkijkje in zijn hoofd. Bladzijde na bladzijde worden er waarnemingen genoteerd, composities getest en personages geboren. Steeds weer wordt, zoals Paul Klee dat noemde, het potlood mee uit wandelen genomen.

Wat in oorsprong dicht bijeen ligt, waaiert buiten de schetsboeken ver uit. In de zeven zalen laten we zien hoe de tekenkunst bij Arie Schippers functioneert. Schetsjes van het hedendaagse landschap worden meer op zichzelf staande lijntekeningen, en als het onderwerp tekenend voldoende is verkend gaat Schippers er in olieverf mee verder. Geschilderde en gebeeldhouwde portretten worden in tekeningen voorbereid. Paradijselijke, decoratieve lijntekeningetjes met dieren lopen vooruit op de ‘fabels’ die Schippers in de jaren negentig maakte, eerst in aquarel en daarna als schilderingen op papier. Alle kanten, alle golflengtes van zijn werk worden getoond in samenhang met de tekeningen. De tekeningen zijn de verbindende factor. Ze maken bijvoorbeeld duidelijk dat de (letterlijk) fabel-achtige composities ook materiaal verschaften voor latere sculpturen, en dat ze in sommige opzichten de opmaat waren naar de grote figuurstukken die Schippers begin jaren 2000 schilderde.

Voor die figuurstukken liet hij zich onder meer inspireren door de gobelin-ontwerpen van Goya, Las Meninas van Velázquez en de portretten-in-het-landschap van Gainsborough. ‘Ik wilde die schilders niet letterlijk kopiëren’, zegt hij, ‘maar ze parafraseren. Ik wilde de problemen waar zij mee zaten ook een keer in mijn eigen handen voelen.’ Schippers kent dus zijn klassieken, hij is zich zeer bewust van de lange traditie waarin hij werkt. Dat blijkt zelfs uit zijn stijl van tekenen, die Ingres-achtig scherp en lineair kan zijn, maar ook schetsmatig als die van de Impressionisten en sierlijk gestileerd als die van Matisse of Picasso. En altijd komt er toch weer een echte Schippers uit. Een goede kunstenaar kan zich door anderen laten beïnvloeden zoveel hij wil – het resultaat is altijd iets eigens.

Als je het in de tekeningen eenmaal ziet, zie je het ook in de rest van Schippers’ werk: al zo’n veertig jaar zijn hier voortdurend wisselwerkingen aan de gang. Tussen traditie en vernieuwing. Tussen waarneming en fantasie. Tegenover elke enerzijds staat een anderzijds en Schippers gedijt het best bij afwisseling. Hij kan adembenemend goed portretten tekenen, vogels of dierentuindieren, of auto’s in verkort, al dan niet met mensen erbij die bezig zijn hun boodschappen in de achterbak over te laden. Maar, zegt hij: ‘Het werken naar de waarneming wordt overschat. Er pleit ook veel tegen. Er komt veel te veel op je af, het is nooit écht te beteugelen. Ik werk niet te veel naar de waarneming, omdat ik het ook uit mijn hoofd kan. Maar ik kan het weer alleen uit mijn hoofd omdat ik op de Rijksakademie een opleiding heb gehad waarbij je van negen uur ’s ochtends tot negen uur ’s avonds naar model tekende.’

Doordat hij zo vaak en aandachtig naar de werkelijkheid heeft gekeken, kan Schippers overtuigende eigen werkelijkheden maken. Met verzonnen mensen die echte individuen lijken, kinderen die raak getypeerd spelen en rondhangen, roofdieren die levensecht hun prooi besluipen. Alles en iedereen in die fantasievoorstellingen staat stevig, beweegt soepel, heeft présence. Daarin lijken ze wel wat op dromen: allemaal hersenspinsels, je weet het best, maar je zou zweren dat het echt was.

Fictie en werkelijkheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Arie Schippers vertelt ons vandaag de dag verheugd over de rijkdom van beide en hun verwevenheid, zoals vele grote kunstenaars vóór hem daar ook van getuigden – van Velázquez tot Picasso en van Goltzius tot Van Gogh. In onze ogen verdienen zijn tekeningen daarom dezelfde aandacht.

Gijsbert van der Wal


Geweest:
Van Bosch tot Bloemaert: Nederlandse vijftiende- en zestiende-eeuwse tekeningen uit Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
van 22 maart t/m 22 juni 2014

Jheronimus Bosch, Het uilennest, ca. 1505-15
Pen in bruin, 141 x 197 mm
Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam (Collectie Franz Koenigs), inv. N 175
Voor het eerst zal in Frankrijk een selectie uit de unieke verzameling oude tekeningen van het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen tentoon worden gesteld in de Fondation Custodia in Parijs, van 22 maart t/m 22 juni 2014.
Het Rotterdamse museum, in het bezit van een van de rijkste verzamelingen Nederlandse tekeningen uit de 15e en 16e eeuw, zal 142 van zijn mooiste werken – van Jheronimus Bosch tot Pieter Bruegel en Abraham Bloemaert – aan het Franse publiek presenteren.

Het Uilennest, een opmerkelijk blad van Jheronimus Bosch, zal in de expositie een centrale plaats innemen. Deze tekening is bijzonder omwille van de kwaliteit van de uitvoering en zijn schaarsheid, want het grafisch oeuvre van Bosch is zeer klein. Het motief van een uil in zijn natuurlijke omgeving heeft een allegorische uitwerking, vooral omdat we in de verte een galg bespeuren. Een uil roept vaak argwaan op. Het komt erop neer dat wie het gedrag van een uil vertoont in zonde leeft.

Pieter Bruegel, die naast Bosch en Van Eyck als een van de belangrijkste Vlaamse kunstschilders wordt beschouwd, krijgt dan ook een ereplaats. Zes van zijn bladen zullen te zien zijn, getekend tussen 1552 en 1562, waardoor het publiek kennis zal kunnen maken met drie ontwerptekeningen voor gravures met allegorieën van deugden en indrukwekkende landschappen.

Er is ook een reeks van acht zeldzame vijftiende-eeuwse tekeningen te zien, meest in zilverstift en uiterst delicaat getekend, zoals het Portret van een jonge vrouw van de navolger van Van Eyck, Petrus Christus.

Van Hans Bol zijn er twaalf ronde tekeningen met de maanden van het jaar, opgevat als een middeleeuwse kalender, die Museum Boijmans Van Beuningen in 2005 heeft aangekocht. De Vlaamse renaissanceschilder Hans Bol was vooral bekend voor zijn zorgvuldig uitgevoerde tekeningen. Als landschapsschilder is hij de voornaamste opvolger van Pieter Bruegel.

Naast voortreffelijke bladen van meesters als Aertgen van Leyden, Joos van Winghe, Adam van Noort, Hans Speckaert, Maarten de Vos of David Vinckboons - allen nog maar zelden aan het Franse publiek getoond - zal de tentoonstelling ook zeer gevarieerde ensembles bevatten van kunstenaars als Maarten van Heemskerck, Hendrick Goltzius (zestien tekeningen), Jacques de Gheyn, Karel van Mander, Johannes Stradanus en Abraham Bloemaert.

De 142 geëxposeerde tekeningen beslaan een periode die loopt van de late middeleeuwen tot aan de dageraad van de Gouden Eeuw, van 1460 tot 1620. De diversiteit en de kwaliteit van deze werken staan het publiek toe alle functies van de tekenkunst te ontdekken: het zoeken naar een compositie of een figuurgroep voor een schilderij, het oefenen van plooival, het portrettekenen, het ontwerpen van een glas-in-loodraam of een prent, het vastleggen van de natuur en het uit het hoofd verbeelden van fantastische of aan de literatuur of de bijbel ontleende voorstellingen. De gebruikte technieken zijn van een grote schakering, zodat tentoonstelling en catalogus een perfect overzicht bieden van de vroege tekenkunst in de Nederlanden.


Catalogus
Yvonne Bleyerveld, Albert Elen, Judith Niessen e.a.
Bosch to Bloemaert. Early Netherlandish Drawings in the Museum Boijmans Van Beuningen
Fondation Custodia & Uitgeverij THOTH, Bussum, 2014
298 pp, 22,5 x 28 cm, ca. 235 pl., paperback met flappen, ISBN 978 90 6868 644 9
Prijs: € 49,90 (uitverkocht)

Biografie van een tekening
De mysterieuze tekening die in 2012 veel aandacht trok tijdens de tentoonstelling ‘De weg naar Van Eyck’ in Museum Boijmans Van Beuningen is nu te zien in Parijs.
Bekijk hier een filmpje over de ontdekking van deze zeldzame tekening van Jan van Eyck of één van zijn navolgers.

 

Dialogen: Tekeningen van de Fondation Custodia en Museum Boijmans Van Beuningen
van 22 maart t/m 22 juni 2014

Stefano da Verona, Samson doodt de leeuw
Pen in bruin, 278 x 197 mm
Paris, Fondation Custodia, Collection Frits Lugt, inv. 1339
Parallel met de expositie van vijftiende- en zestiende eeuwse tekeningen die zal plaatsvinden op de eerste etage van het Hôtel Lévis-Mirepoix, loopt gelijktijdig (22 maart t/m 22 juni 2014) een tweede tentoonstelling in de zalen van de benedenverdieping van het gebouw.

Deze tentoonstelling, getiteld Dialogen: Tekeningen van de Fondation Custodia en Museum Boijmans Van Beuningen, biedt het publiek de kans de tekeningen van de Fondation Custodia (collectie Frits Lugt) in verband te brengen met belangrijke bladen uit het prentenkabinet van het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen. Dit is een unieke gelegenheid om tekeningen van één meester bij elkaar te zien, stilistisch verwante bladen of tekeningen die op grond van hun motief een spannende confrontatie opleveren.

Voorbeelden zijn twee in de open lucht en bij sterk zonlicht gerealiseerde gezichten op een binnenplaats van Giovanni Battista Tiepolo, die denkelijk uit hetzelfde album stammen en dezelfde zomerse sfeer uitstralen. Bij nadere beschouwing ziet het ernaar uit dat de waterput op de Rotterdamse tekening een close-up is van de constructie die zichtbaar is achter de poort op de door de Fondation Custodia bewaarde tekening. Het zou heel goed kunnen dat beide bladen tijdens eenzelfde sessie en op dezelfde plek tot stand zijn gekomen.

Diverse van de geselecteerde bladen uit Museum Boijmans Van Beuningen komen uit de collectie van de onvervaarde Franz Koenigs (1881-1941), in het dagelijkse leven bankier, die van 1921 tot 1930 de belangrijkste verzamelaar van tekeningen op de internationale markt was. De oprichter van de Fondation Custodia, Frits Lugt, karakteriseerde hem als volgt: “Hij was bereid elke prijs te betalen, mits het om een uitzonderlijk blad ging en zijn oog, zijn flair en de snelheid waarmee hij beslissingen nam, verbaasden allen die hem gekend hebben”. De tentoonstelling Dialogen: Tekeningen uit de Fondation Custodia en Museum Boijmans Van Beuningen, bevat ook de ultieme verbeelding van de hebberig scherpe blik van de verzamelaar, zo kenmerkend voor deze beide lieden. Deze tekening – De Verzamelaar van Daumier, zal worden geconfronteerd met een aquarel van Henri-Joseph Harpignies, een gezicht in zijn atelier. In totaal zullen 40 combinaties van tekeningen van kunstenaars als Cosmè Tura, Vittore Carpaccio, Pontormo, Rubens, Rembrandt, Boucher, Fragonard, Watteau, Goya, Delacroix, Monet, Cézanne, Signac en Jongkind te zien zijn.

Online catalogus van tentoonstelling Un Univers intime

Un Univers intime
Paintings from the Frits Lugt Collection
1 maart - 27 mei 2012