Biografie Frits Lugt







Twee brieven uitgelicht:

François-Pascal-Simon baron Gérard (Rome 1770 - Paris 1837)
Een brief aan generaal Rapp eigenhandige en gesigneerde brief, gedateerd Parijs, 9 april 1811 ; 2 1/2 pp. op een dubbel blad in-4° (inv. n° 2000-A.243)

Brieven van baron Gérard behoren doorgaans niet tot de meest fascinerende kunstenaarsbrieven van hun tijd. Meestal gaat het om korte berichten en mededelingen van zakelijke aard. De in 2000 verworven brief is door zijn omvang en rijke inhoud nogal uitzonderlijk en vormt een fraaie toevoeging aan het veertigtal van de kunstenaar dat de verzameling Brieven en Handschriften reeds telt.

De brief is geadresseerd aan Jean comte Rapp (1773-1821), generaal van Napoleon en gouverneur van Dantzig. Rapp moet zich voor de schilderkunst van zijn tijd geïnteresseerd hebben en voor Gérard een belangrijke relatie zijn geweest. De inventaris van zijn verzameling vermeldt zeven schilderijen van de schilder, waaronder de beroemde Amor en Psyche (Musée du Louvre, Parijs).

Uit de brief blijkt, dat Gérard ook bij de vorming van de rest van zijn collectie een rol heeft gespeeld. Tijdens de Salon van 1810 heeft hij drie landschappen voor de generaal aangekocht ­ één daarvan, Vue des ruïnes du château de Pierrefonds, kan geïdentificeerd worden als n° 533, van Pierre-Antoine Marchais (1763-1859) ­ en hij suggereert hem ook een groot schilderij met Angélica en Medoro te verwerven ­ waarschijnlijk het als n° 7 tentoongestelde werk van Antoine Ansiaux (1764-1840).

Nu de Salon is beëindigd heeft Gérard ook zijn Bataille d'Austerlitz (Versailles, Musée historique) weer terug ontvangen en kan hij verder werken aan een repliek op kleinere schaal voor Rapp, die in het schilderij de nederlaag van de Russische strijdkrachten aan de keizer komt rapporteren (veiling Christie's, Londen, 8 mei 1985, n° 126). Gérard belooft de generaal dat diens gelijkenis volmaakt zal zijn, ook in de gravure die hij van plan is naar het schilderij te laten maken (Jean Godefroy, 1813). Tenslotte vermeldt hij dat Boucher-Desnoyers, « un de nos 1ers graveurs » is begonnen de serie van zes « Amours » van Gérard in prent te brengen die Rapp een jaar tevoren van de schilder heeft verworven.

Bibl.:de brief vormt het antwoord op de brief van Rapp aan Gérard van 6 december 1810 (H. Gérard, Lettres adressées au baron François Gérard, peintred'histoire, par les artistes et les personnages célèbres de son temps, 2e éd., Paris 1886, vol. II, n° 122) en werd door Rapp beantwoord op 12 juni 1811 (n°123 in dezelfde uitgave).



Andreas Achenbach (Kassel 1815 - Düsseldorf 1910)
Een brief aan John Longworth eigenhandige en gesigneerde brief, gedateerd Düsseldorf 27 januari 1887 ; 11 pp. op drie dubbelbladen in-8° (inv. n° 2000-A.280)

Deze lange en zeer persoonlijke brief is geadresseerd aan John Longworth, een verzamelaar in Cincinnati die tenminste twaalf schilderijen van Achenbach bezat. Longworth had de schilder kennelijk gevraagd iets meer over zijn werk te schrijven maar deze antwoordt « [...] dat het mij niet aanstaat veel te schrijven over dat wat ik schilder : vooraf zou dat onverstandig zijn, achteraf onnodig of te laat. Onverstandig omdat de liefhebber en kenner zich bij de geringste beschrijving meteen een andere voorstelling van het te verwachten schilderij maakt [...]. Achteraf, als het schilderij niet beter spreekt [dan de pen], zou ik verdienen werkelijk geen penseel meer aan te mogen raken en alles met de pen af te doen [...] de hongerdood zou mijn lot zijn.» Maar er is nog een diepere reden : hij schrikt ervoor terug met de pen te beschrijven wat « van zo fragiele natuur is dat ik er dikwijls voor terugschrik een dergelijke zaak eindelijk met de handen aan te vatten [...] want ook al is het schilderij in de geest geheel voltooid, bij de definitieve uitvoering kan toch iets tevoorschijn komen dat de gedachte onuitvoerbaar maakt, tenminste in zijn zuivere, maagdelijke idee. Hoeveel van dergelijke luchtkastelen zijn er niet nooit tot uitvoering gekomen en ik kan niet loochenen dat ik deze doodgeboren kinderen betreur.»

Tot slot geeft hij Longworth raad voor de bouw van een zaal voor de schilderijen die deze van zijn hand bezit : « [...] zo groot mogelijk en met bovenlicht maar niet te hoog ».
« Mijn atelier is 30 voet in het vierkant en toch te klein. Bouwt U zo groot mogelijk », luidt het postscriptum.

Achenbach, schilder van romantisch-naturalistische landschappen met een dramatische inslag, behoorde in zijn tijd tot de meest gewaardeerde en best betaalde schilders van de « Düsseldorfse school ». Al vroeg was zijn werk ook in Amerika zeer gezocht, niet in het minst door de aktiviteiten van de Düsseldorf Gallery te New York, die vanaf 1849 werk van Düsseldorfse kunstenaars tentoonstelde en verhandelde. In de jaren 1870 zond Achenbach verschillende malen werk naar de Industrial Exhibition te Cincinnati.